Zo op het eerste gezicht lijkt alles in orde. Het jonge stel gaat op bezoek bij het wat oudere echtpaar, ze keuvelen wat en ze drinken teveel. Drie uur later is de chique salontafel veranderd in een slagveld van kapotgeslagen glas en druipende ijsblokjes en zijn de verhoudingen navenant aan diggelen. De klassieker Who's afraid of Virginia Woolf zal bij de meeste mensen in het geheugen gegrift staan door de schitterende vertolking van Burton en Taylor uit 1966. Dirk Tanghe brengt zijn versie van het stuk in een tijdloze setting: een vrijwel leeg decor in rood, wit en blauw met een bank en een reusachtige salontafel vol glazen, asbakken en flessen als enige meubelstukken. Het is het domein van het echtpaar George en Martha, waar zij al vele jaren vruchteloos de onvrede om hun mislukte huwelijk en hun mislukte leven proberen weg te drinken. De psychologische oorlogsvoering waarmee zij elkaar in leven lijken te houden, gedijt pas echt goed bij de aanwezigheid van derden. De relatieve onschuld van het jonge echtpaar zorgt ervoor dat George en Martha diep in de buidel moeten tasten naar hun giftigste angels, hun venijnigste steken. Elke zwakke plek wordt genadeloos afgetast en aangepakt: zijn mislukte carriere aan de universiteit waar hij een pluizige docentenbaan heeft, maar allang niet meer in aanmerking komt als hoofd van zijn departement, laat staan als de opvolger van schoonpapa, de rector van de universiteit; zijn autobiografische roman die nooit is gepubliceerd; zijn gebrek aan durf en 'kloten', zoals Martha het formuleert. George slaat keihard terug met zijn sterkste troef: het verhaal over de zoon (die helemaal niet blijkt te bestaan). Het is vooral Martha die George telkens opnieuw uitdaagt, hem opzweept tot het uiterste, om iets van de intensiteit die er ooit was, opnieuw te beleven. Onder al die lagen haat en woede en teleurstelling en weerzin en bitterheid ligt toch een verlangen verscholen. Helemaal aan het slot van de voorstelling, als ze moegestreden zijn en kapot, komt dat tot uiting wanneer zij haar arm naar hem uitstrekt, in een gebaar van ongekende tederheid. Marie-Louise Stheins bespeelt vele registers als Martha: als over-ordinaire stoeipoes, ongekend plat pratend en de benen wijd uitgespreid onder haar sexy zwarte jurkje, als de keurig opgevoede rectorsdochter en als de gevoelige vrouw die zij ook is, altijd met een scherpe tong en een uitdagende blik. Peter De Graef groeit in zijn rol als George, aanvankelijk een stoffige intellectueel om wie je geen stuiver zou geven, maar gaandeweg steeds geestiger en ontroerender. Met subliem spel geven zij het stuk nieuw elan. Who's afraid of Virgina Woolf is aanvankelijk gespeeld op lokatie in Gent en zal in de intieme sfeer van een kleinere zaal beter tot zijn recht komen dan in de grote zaal van de Stadsschouwburg. Zo mogelijk vooraan gaan zitten dus!