Zijn leesbril is hij kwijt, maar uit zijn vele zakken komen wel vijf pakjes sigaretten en een dode muis, keurig opgevouwen in een zakdoek. Het is al snel duidelijk dat Herman niet helemaal de oude meer is. En het was altijd al zo'n moeilijke man, vertelt zijn echtgenote, Pauline van Beem, in een terzijde.

Herfst in Schoorl begint als het echtpaar van Beem is aangekomen in het huisje, waar ze elk najaar - al zo'n veertig jaar nu- een paar dagen vakantie vieren.

Het is de verrassende nieuwe Volkvoorstelling, na Het Jubileum dat vorig jaar gespeeld werd als misschien wel de laatste Volk-voorstelling, in elk geval in de samenstelling zoals die tot dan toe was. Zonder Joep Kruijver, die nog wel mee heeft geschreven aan de tekst, gaan de twee andere Volkleden, Bert Bunschoten en Wigbolt Kruijver echter onverdroten voort. Gelukkig maar. 'De voorstelling kwam tot stand zonder subsidie van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten', staat prominent op de flyer vermeld. Een kleine sneer naar de subsidiegevers die om reden van bezuinigingen besloten de aanvraag van Het Volk niet meer te honoreren.

Geen gemakkelijk onderwerp: een ouder echtpaar waarvan de een duidelijk in de war is, onderhevig aan stemmingswisselingen en soms radeloos van de gaten die zijn geheugen laat vallen. Desondanks maakt Het Volk er een mooie, lichte voorstelling van, waarin niet zoals zo vaak het mannelijk Onvermogen, maar het menselijke Onvermogen centraal staat.

De voorstelling is eenvoudig opgebouwd uit een aantal chronologische scènes, die worden afgewisseld met geprojecteerde foto's. Meteen krijg je al een goed beeld van het echtpaar: zij in een Schotse plooirok en met een regenkapje op, sjouwend met de oranjebruine koelbox; hij in regenjas en, al is het vakantie, toch netjes een overhemd met stropdas eronder. Bert Bunschoten en Wigbolt Kruijver spelen al net zo lang samen toneel als het echtpaar getrouwd is en ze kennen elkaar waarschijnlijk minstens zo goed. Dat resulteert in mooi samenspel waarin net zoveel ruimte is voor de lach als voor de traan. Vooral in het begin valt er veel te lachen om de herkenbaarheid van veel situaties, om de malle taalverhaspelingen en de kleine dingen van alledag die voor iedereen herkenbaar zijn. Wigbolt Kruijver is overtuigend als de echtgenote: zorgzaam, liefdevol, maar soms ook een tikje vilein als ze zich tot het publiek richt en met veelbetekenende blik iets naars over haar man zegt. Steeds meer behandelt ze hem als een klein kind, bijvoorbeeld wanneer ze hem wast en scheert. Bij hem neemt de agressie en de angst toe. Aan het eind dansen ze samen, een liefdevolle dans in nachtgewaad. Het is zeldzaam ontroerend.