Bloedbroeders zijn het, gezworen kameraden die elkaar eeuwig trouw zullen blijven. Met trillende handen en een groot slagersmes wordt het verbond tussen de drie schoolvrienden bezegeld.

Met Vlegeljaren keert Het Volk terug in de tijd. Korte broeken met kniekousen, brillantine in het haar en een zware bril: de jaren vijftig en zestig worden opnieuw tot leven gewekt, inclusief pater Hutjes die waakt over het zedelijk leven van de drie jongenszielen. Adrie (Bert Bunschoten), Wijnand (Wigbolt Kruijver) en Siem (Joep Kruijver), ze zijn twaalf en altijd samen. Hun wereldbeeld kent nog een duidelijke scheiding tussen goed en kwaad: de communisten zijn de vijand en in het verre Afrika leven zwarte zieltjes die gered moeten worden van hel en verderf.

Zo gemakkelijk is het leven niet geweest voor de jongens tot nu toe: de moeder van Adrie is dood en zijn vader drinkt en slaat hem; Wijnand zit opgescheept met twaalf zusjes en ouders die altijd ruzie maken en Siem wordt gepest. Om zich sterker te maken, fantaseert hij een fictieve vriend, Han Mol, die rijk is en slim en alles durft.

Na De Thuiskomst van Pinter heeft Het Volk weer een eigen stuk gemaakt volgens beproefd recept: met eigen teksten, gebaseerd op eigen ervaringen, met de drie kernacteurs zonder gasten en met Aike Dirkzwager als regisseur. Op 6 november gaat de voorstelling pas in perspremiere, vrijdagavond was alvast de aftrap voor het Haarlemse publiek. Duidelijk is dat de voorstelling nog wel even nodig heeft om te rijpen maar in potentie genoeg heeft om uit te groeien tot een klassieke Volkvoorstelling. Nu rammelt het hier en daar nog in de overgangen, niet alle scenes zijn even goed uitgewerkt en met name de keuze voor het perspectief is niet helder. Soms spelen ze jongens van twaalf, soms vijftigers die commentaar leveren op hun jeugd en soms hangt het er zo'n beetje tussenin. Om beurten doen ze een baard om en kruipen in de huid van pater Hutjes en ook zijn rol (en vooral zijn verhouding tot de drie jongens) zou nog wat sterker kunnen worden uitgewerkt.

Er zijn genoeg momenten om te genieten, bijvoorbeeld van de gesprekken over de ontluikende seksualiteit van de twaalfjarige jongetjes. Het was nog de tijd dat een zaadlozing al als levensgevaarlijk werd beschouwd en bovendien als grote zonde. Gelukkig was daar dan pater Hutjes die met een paar weesgegroetjes weer zorgde voor een rein geweten. Het is niet alleen maar lachen, gieren, brullen over die malle, oude tijd; er zijn ook ontroerende momenten en mooie filosofische gesprekken over het leven en de dood. Dan wordt Vlegeljaren opgetild boven de anecdotiek en tijdloos.