Op de flyers en affiches staan prominente politici van de PvdA afgebeeld, met teksten als 'Dood aan de elite' en daaronder: De Warme Winkel steunt de PvdA, inclusief logo met rode roos. Een duidelijke plaagstoot richting hedendaagse linkse politiek, waarop overigens tot nu toe in het geheel niet is gereageerd door de PvdA, en een verwijzing naar het boegbeeld van de revolutie in het Rusland van honderd jaar geleden. MajakovskiOktoberis de nieuwe voorstelling van De Warme Winkel, gewijd aan Vladimir Majakovski. Een soort requiem voor een dode dichter.

De voorstelling begint met de brief waarmee Majakovski (Dik Boutkan) afscheid neemt van het leven en zijn geliefden. Hij pleegde zelfmoord op 12 april 1930, 37 jaar oud. De overleden Majakovski speelt vervolgens een hoofdrol, best bijzonder voor een dode. Zijn lichaam wordt plechtig opgebaard, gewassen en geliefkoosd en rondom zijn lichaam verzamelen zich vrienden en geliefden om herinneringen op te halen. Heel gestileerd en plechtig, zoals dat gebruikelijk is als de doden worden herdacht. De nabestaanden vormen een kleurrijke groep (kostuums van Bernadette Corstens), die om beurten anekdotes vertellen over Majakovski of citeren uitzijn gedichten. Hij was een revolutionair, een rebel in hart en nieren die artistieke dogma's bestreed en alles anders wilde. Een buitengewoon indrukwekkende man, met een enorme aantrekkingskracht op vrouwen. Een woest en hartstochtelijk leven in de tijd van de opkomst van het socialisme, van het heilige geloof in de mogelijkheid van verandering, van idealen om voor te vechten en te sterven.

De vorm van een herdenkingsdienst is dan ook toepasselijk: het stemt tot weemoed, dat ongebreidelde geloof in menselijk kunnen, in de kracht van veranderingen, in experimenteren met nieuwe vormen. Halverwege de voorstelling kantelt dat cerebrale, ceremoniële karakter nogal bruusk: Freddy Quinns Junge, komm bald wiederschalt uit de luidspreker. Het dode lichaam wordt omhoog gehesen en deint mee op de muziek, voorzien van een sigaret in de ene en een biertje in de andere hand. Na afloop wordt de dode bovenop een van de beeldschone, jonge actrices gelegd, terwijl ze hem quasi-obscene bewegingen laten maken. Sollen met een lijk: misplaatste humor? Of juist een bizar beeld waar Majakovski zelf misschien wel heel hard om had moeten lachen?

Helemaal aan het eind verlaten de nabestaanden een voor een het podium: als laatste de twee jonge actrices die doen denken aan de Pussy Riots en bij het weggaan een middelvinger opsteken naar de oude man. Toch een klein hoopvol teken van de nieuwe generatie.

Als de overledene dan plotseling weer opstaat van zijn doodsbed, volgt een epiloog: Majakovski blikt bedroefd terug op wat er van de revolutie is terechtgekomen en constateert dat ook de bolsjewieken van weleer ten prooi zijn gevallen aan het consumentisme. Enigszins overbodig is dat.