Onvermoeibaar brengt Ger Thijs – onlangs geridderd voor zijn lange reeks indrukwekkende toneelbewerkingen en -regies – de ene na de andere voorstelling uit, gebaseerd op bewerkingen van Nederlandse literaire klassiekers. Na De Stille Kracht, De boeken der kleine zielen, Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan en Eline Vere van Couperus, is nu Frederik van Eedens Van de koele meren des doods uit 1900 aan de beurt.

De hoofdrol van Hedwig Marga de Fontayne, een jonge, gevoelige, intelligente vrouw uit een aristocratisch milieu, wordt gespeeld door Hanne Arendzen, die eerder al de titelrol in Eline Vere vertolkte. Het is een van de vele vrouwelijke personages uit die tijd die door de strenge maatschappelijke, sociaaleconomische en godsdienstige regels en wetten ten onder gaan. Van Eeden was behalve een begenadigd schrijver ook psychiater, en zijn roman is een uiterst zorgvuldig opgebouwde en subtiel beschreven analyse van een vrouw die – om het in hedendaagse termen te formuleren – depressief van aard is, verslavingsgevoelig en op zoek is naar een perfectie die haast niet bestaan kan. Zij voelt zich opgejaagd en benauwd door het milieu waarin ze verkeert, wordt verliefd op een kunstenaar zonder geld of status maar kan of durft niet te kiezen voor een totale breuk met haar omgeving.

In de voorstelling wordt het verhaal verteld vanuit het heden, een ziekenhuis in Parijs, waarin de totaal aan de grond geraakte Hedwig haar verhaal vertelt tegen zuster Paula. In flashbacks zien we hoe ze onherroepelijk haar ondergang tegemoet gaat: aan moeders graf met haar vader, een onevenwichtige man die na de dood van zijn vrouw aan de drank raakt; de ontmoeting met de onstuimige kunstschilder Johan, het huwelijk met haar saaie echtgenoot Gerard die bang is voor alle 'vleselijke lust', en ten slotte de vlucht naar Engeland met pianist Ritsaart met wie ze een kind krijgt.

De vormgeving is simpel en mooi: een achterdoek dat steeds mee kleurt met de stemming van Hedwig: spectaculair rood als ze Johan ontmoet, saai donkergrijs in het strenge milieu van haar ouderlijk huis, mooi zilver belicht als ze aan zee is. Op de voorgrond een paar attributen waarbij het ziekenhuisbed, waar ze telkens naar terugkeert, het belangrijkst is.

Ger Thijs houdt in zijn regie een stevig tempo aan, waardoor de verveling weinig kans krijgt, maar ook de mogelijkheid om je in te leven in de personages. Al zijn er genoeg parallellen te vinden in het leven van Hedwig met dat van (over)gevoelige vrouwen van nu, en is ook de strenge kuisheidsmoraal in sommige culturen nog altijd dominant, toch doen de negentiende-eeuwse opvattingen over de positie van de vrouw gedateerd aan. Waar Van Eeden door zijn fijngevoelig taalgebruik complexe personages beschrijft, is de voorstelling aanzienlijk minder gelaagd en subtiel. En waar in Eline Vere ook ruimte was voor humor, is het in Van de koele meren vooral kommer en kwel.