"Als ik het niet opneem, is het niet gebeurd", zegt de man. Hij is een verwoed verzamelaar van geluiden. Op dit moment is hij bezig met het vastleggen van het geluid van sommige bloemen, zoals de paardenbloem, viooltjes, brandnetel, maar hij heeft ook een fraaie collectie geluiden van grote steden in Europa op band. Het vastleggen van geluiden is voor hem een manier, misschien wel de enige manier, om grip te krijgen op de werkelijkheid.

Tityrus is een monoloog van en door Lucas Vandervost. Het is een sobere, poëtische vertelling, waarin de ik-figuur herinneringen ophaalt aan zijn jeugd. Geschokt door de beelden van een Napolitaans dorp, dat door een aardbeving nagenoeg geheel is verwoest, keert hij terug naar het dorp waar hij als jongen de zomervakanties doorbracht. Flarden herinnering worden afgewisseld met beelden van het nu verwoeste dorp, waar een oude man de enige overgebleven bewoner is. Samen met de oude man slijt hij er zijn dagen met nutteloze werkjes zoals het tellen van de tegels. Eenzaamheid en stilte binden hen.

Hij gaat op zoek naar de echo's van het verleden in een poging dat wat verloren is gegaan te reconstrueren. Steeds verder keert hij terug in de tijd, zelfs herinnert hij zich nog hoe zijn vader tekeer ging tegen zijn moeder toen hij nog in haar buik zat. Hij vertelt over zijn jeugdliefde, de mooie Elena en hoe hij haar leerde slakken te dresseren; over Rosa en haar negen dochters die al hun kennissen indeelden volgens de kenmerken dierlijk, plantaardig of mineraal; over zijn vrouw die hem plotseling verlaten heeft.

De figuur van Tityrus, genaamd naar een herder uit Vergilius' Bucolica, begeeft zich net als Dante in zijn Divina Commedia in het midden van zijn leven in een donker woud'. De tekst, waarin heden en verleden, fantasie en werkelijkheid elkaar moeiteloos afwisselen, is poëtisch en rijk aan betekenissen. Lucas Vandervost vertelt het verhaal van Tityrus op onnadrukkelijke wijze en met een zekere verwondering. Aanvankelijk is hij slechts gekleed in een overhemd, met een papieren hoedje op zijn hoofd. Langzamerhand kleedt hij zich verder aan, een beweging die omgekeerd is aan wat hij met de tekst doet. Gaandeweg raak je meer en meer in de ban van deze merkwaardige geluidenverzamelaar die het onmogelijke probeert - het verleden reconstrueren aan de hand van verre echo's - en daar paradoxaal genoeg, overtuigend in slaagt.