Hoog boven in de sober ingerichte kamer hangt nog een flard van het kinderbehang van vroeger: vrolijke plaatjes van een meisje dat onbezorgd speelt in de sneeuw. Het is de oude kinderkamer van Ljubow Andrejewna Ranjewskaja, de landeigenares die na vijf jaar Parijs terugkeert naar haar vaderland.
Der Kirschgarten, oftewel De Kersentuin, is een ode aan de melancholie. In de regie van Peter Zadek wordt de veellagigheid van Tsjechov's klassieke meesterwerk, ten volle uitgebuit. Het stuk is opgebouwd als een complex muziekstuk vol contrapunten en elkaar spiegelende lijnen en harmonieen. Elke keer opnieuw vallen er andere betekenislagen op in dit stuk over de ondergang van een samenleving.
Zadek heeft een eigenlijk vrij traditionele enscenering gemaakt, waaruit vooral liefde en aandacht spreekt voor de personages. Angela Winkler (hier bekend als filmactrice in bijvoorbeeld Die Blechtrommel) speelt de rol van de landeigenares Ljubow en ze doet dat adembenemend mooi. Ze wervelt en fladdert door de wereld als een klein meisje, zoals bij ons Chris Nietvelt dat kan, maar ze is aardser en sensueler. Als een slaapwandelaar beweegt ze soms in een traag ritme, wanneer ze de wereld niet tot zich door wil laten dringen; dan weer barst ze van de energie en levenslust. Ze kan het bijna niet laten om aan te raken of aangeraakt te worden. Haar geliefde koffie drinkt ze met een passie alsof het het laatste ter wereld is wat haar te doen staat. Vooral in de scenes tegenover de lompe zakenman Lopachin, de opkoper van haar geliefde kersentuin, beweegt ze zich met een vanzelfsprekende superioriteit. Lopachin is als opgeklommen boerenzoon verbijsterd en trots over de status die hij heeft bereikt en, al is hij zich bewust van zijn cultureel en letterlijk alfabetisme, hij stampt uiteindelijk dwars door alle verfijning heen. De kersentuin is voor hem niet meer dan een lap grond om een hoop geld aan te verdienen.
Met evenveel raffinement worden de andere personages uitgediept: de broer van Ljubow doet denken aan Jerome Reehuis, een bijna negentiende eeuws personage, dik geworden van de vele bonbonnetjes en even ver van de echte wereld afstaand als zijn zuster. Eva Mattes blinkt uit als de strenge, rechtlijnige stiefdochter Warja.
In deze enscenering wordt elk van de talloze personages en elk van de vele subintriges recht gedaan. De melancholie om de ondergang van de kersentuin overheerst in Zadek's regie niet, maar wordt subtiel, genuanceerd en lichtvoetig benaderd.