Smetteloos wit is het interieur van Jan en Karin. Geld speelt geen rol in dit huishouden: een personal assistent zorgt voor de drankjes; centraal in de huiskamer staat een katheder met laptop waarop Jan zijn zaken doet. Jan is een zogenaamde durfkapitalist: hij speculeert, koopt grote bedrijven, plukt ze leeg en laat ze achter op de rand van de ondergang. Zijn vrouw Karin heeft hij zeventien jaar geleden weggekaapt uit de armen van zijn goede vriend Henk. Diezelfde Henk die hem indertijd behoed heeft voor de nodige schandalen door geld weg te sluizen en dubieuze handelingen te camoufleren. Dat neemt niet weg dat, wanneer Jan de kans ziet het kwijnende bedrijf van Henk – waar zijn vrouw ook nog een baan heeft – over te nemen, hij geen seconde twijfelt. Alleen winnen telt voor hem.

'Hoe meer je hebt, hoe minder het lijkt', is voor hem de eeuwige drijfveer. Daarmee zijn de belangrijkste ingrediënten voor Nieuw Geld wel genoemd: het keiharde zakendoen van Jan tegenover het met hart en ziel een bedrijf opbouwen zoals Henk; de keuze voor liefde en aandacht voor Karin die het vrijwel steeds aflegt tegen belangrijker zaken zoals geld verdienen en ten slotte de tegenstelling tussen een gelovige (de personal assistent is een gelovige moslim) en een man zonder moraal, zoals Jan.

Nieuw Geld is een nieuw Nederlands stuk, geschreven door Charles den Tex en Peter de Baan, respectievelijk succesvol thrillerschrijver en televisie- en theaterregisseur. Het stuk is, anders dan de meeste Den Tex-thrillers, niet opgebouwd rond een misdaad met als belangrijkste leidraad voor de ontwikkeling van de plot: 'wie heeft het gedaan'? In dit geval staat de misdadiger eigenlijk vanaf het begin al vast, namelijk Jan. Langzaam maar zeker en op inventieve wijze wordt de slechterik aan het kruis genageld. De hoofdrol wordt gespeeld door Victor Löw en gelukkig is de leeuw in dit geval behoorlijk getemd. Löw kan soms zo tekeergaan dat hij elke nuance verliest maar van de geslepen zakenman maakt hij een geloofwaardig personage. Vera Mann biedt uitstekend tegenspel als Karin, de andere twee rollen zijn matig bezet.

Problematisch aan de voorstelling is vooral de moralistische toon en dan met name de uitwerking van de subplot: het tegenover elkaar stellen van de werelden van de islamitische personal assistent en die van de kapitalist die alleen gelooft in de markt. Dan wordt het wel een heel simpele invuloefening. Aan het eind lijkt dat thema de overhand te krijgen, maar dan neemt het verhaal toch weer een verrassende wending.