Heeft ieder land en elke tijd zijn eigen barbaren? Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee schreef de roman Wachten op de Barbaren in 1980 maar het boek zou net zo goed dit jaar geschreven kunnen zijn. Elke samenleving kent grenzen en angst voor de 'vijanden', voor de mensen aan de andere kant van de grens, voor een invasie van barbaren. En vandaag de dag lijkt de thematiek actueler dan ooit.

Michiel de Regt maakte er een strak geregisseerde en gestileerde voorstelling van, samen met choreograaf Iván Pérez. Drie danseressen, een acteur en de contrabas vertellen het verhaal over de magistraat die een rustig leven wil leiden in een ingedut grensdorp. Tot hij in een gewetensconflict belandt als zijn meerdere 'de barbaren' die net over de grens wonen zonder duidelijke reden vervolgt, martelt en opjaagt.

De speciaal voor de voorstelling geschreven muziek van Wilko Sterke werkt sterk: de contrabas zorgt voor een stevige beat maar ook voor melancholische lijnen of een opgejaagde stemming. Als verteller fungeert een uitstekend spelende Jan-Paul Buijs,die zowel in de huid van de magistraat als in die van zijn meerdere kruipt. Tegenover hem staan de drie danseressen die een tegenwicht bieden aan zijn verhaal. Met aardse dans, kronkelende lichamen, terneergeslagen blikken en heel af en toe een moment van zachtheid. Soms werkt de dans versterkend op het verhaal van de magistraat, soms vormt de beweging juist een contrapunt. De drie vrouwen fungeren meestal als eenlingen, af en toe als groep. Het is een bijzonder geslaagde combinatie van theater, dans en muziek.

De voorstelling speelt zich af op een vierkante verhoging, waar een scheur doorheen loopt, en die bezaaid ligt met schelpjes of grint (decor: Janne Sterke), een sterk beeld dat volop gelegenheid tot associëren biedt.

Na zijn eerdere Toneelschuurproducties (Antigone en Wreed en Teder) maakt Michiel de Regt met Wachten op de Barbaren opnieuw een indrukwekkende voorstelling over morele dilemma's en existentiële vragen.