Als je alles al eens hebt beleefd, het je allemaal de keel uithangt en zelfs je mooie, nieuwe geliefde je alleen maar verveelt, als je kortom lijdt aan een ernstige vorm van moderne depressie, dan is Rabenthal beslist een aanrader. De Oostenrijkse schrijver Jorg Graser schreef met dit stuk uit 1990 een actuele parabel, uitermate geschikt voor afgeleefde decadenten en vermoeide genotszoekers.
Jack Vecht en Margo Dames spelen het decadente stel dat stukloopt op hun ziekelijke drang naar steeds extremere ervaringen. Op hun huwelijksavond neemt de rijke kunsthandelaar zijn chique bruid mee naar het goorste restaurant in de stad, waar het stinkt naar morsige etensresten, de schimmel aan de muren staat en de kok eigenlijk maar een gerecht bereiden kan: heel zachtjes gaar gestoofde, maar nog net levende vis. Spartelend ligt de vis op het bord, verwikkeld in een verschrikkelijke doodsstrijd. Misschien, lijkt de schrijver te willen zeggen en de regie benadrukt dat nog eens, is dat moment waarop de dood zo nabij is, wel het meest waarachtige van het hele leven. Ook Rabenthal, de verveelde kunsthandelaar, is pas op het moment dat hij meent te gaan sterven, in staat om het leven en zijn bruid te omarmen.
Regisseur Peter Pluymaekers heeft een fascinatie voor vreemde objecten en apparaten en de vissen die hij serveren laat zijn op ingenieuze wijze tot leven gebracht. Een truc die werkt en de gemoederen danig bezig houdt: na afloop van de voorstelling loopt menigeen naar de tafel met de vissen, om zich te laten geruststellen. Er zijn meer gimmicks: de stoelen hangen hoog in de zaal en komen met een plof naar beneden gezakt wanneer de personages willen gaan zitten. Effecten die niet overdreven vaak voorkomen, maar benadrukken dat het hier niet om realisme gaat. "Pulp, filosofie, satire, tragedie en romantiek", zo wordt Rabenthal op de folder gepresenteerd. Grote woorden die het op zich aardige stuk van Graser niet helemaal waarmaakt. Zeker gezien de enorme golf van (meestal Oostenrijkse, wat is er toch met dat land dat zoveel schrijvers oplevert die zonder enige uitzondering walgen van het bestaan) stukken als die van Kroetz en Schwab, zijn wij wel het een en ander gewend aan existentieel ongenoegen en van het leven kotsende hoofdpersonages. Romantisch is Rabenthal zeker: wat is er romantischer dan doodsdrift en zoeken naar het ultieme moment van geluk op het scherp van de snede? Verder is Rabenthal vooral een amusante satire.
De voorstelling begint vooraan op het podium en speelt zich steeds verder naar achteren af, alsof de personages zich meer en meer terugtrekken. Ben Ramakers speelt met verve de primitieve kok, Peer Mascini mag zich uitleven als respectievelijk de gebochelde bediende en de vunzige ober, Ineke Veenhoven is overtuigend als de onuitgenodigde gaste en het liefdespaar, Jack Vecht en Margo Dames, speelt op geraffineerde wijze met de begrippen onverschilligheid en passie.