Het begint in het donker. Alleen door twee verticale spleten schijnt licht. We horen en zien een man en een vrouw, kennelijk op een feestje waarvan ze allebei gevlucht zijn. Gaandeweg blijkt het te gaan om vijf personages, de laatsten die nog over zijn. Of zij gewoon de laatste nachtbrakers op een feestje zijn of letterlijk, de laatsten van de hele wereld, wordt pas geleidelijk aan duidelijk.

De Laatsten is een voorstelling van De Hollanders, in een regie van Gerardjan Rijnders en op tekst en muziek van Spinvis (Erik de Jong). Na Arnon Grunberg en Arthur Japin is hij de derde schrijver (en in dit geval ook componistmusicus) die het jonge gezelschap De Hollanders weet te strikken om speciaal voor hen een tekst te schrijven. Het idee is voortgekomen uit de vraag die De Hollanders bezighoudt: leven we inderdaad aan het einde van een tijdperk? Zijn wij misschien wel 'de laatsten'?

Het is een muzikale voorstelling geworden, niet verwonderlijk als je Spinvis vraagt.

Waarom zij als De Laatsten zijn overgebleven, wordt niet verteld. Het is gewoon een gegeven. Sterker nog: van die vijf zal er aan het eind nog maar één overblijven. De rest verdwijnt in het grote, onbekende niets. Al wachtend praten en zingen ze, over hun angsten en herinneringen. Wat zijn herinneringen eigenlijk waard als uit onderzoek blijkt hoe subjectief ze zijn en hoe ze in de loop van de jaren transformeren, steeds verder van de oorspronkelijke gebeurtenis vandaan? Wat weet je bijvoorbeeld nog van een stranddag twee weken geleden, van het kerstdiner van vorig jaar, van een stad waar je twintig jaar geleden hebt gewoond? En waarom zou je eigenlijk een dagboek schrijven of een fotoalbum bijhouden als er uiteindelijk niks overblijft van al die gestolde herinneringen? Fundamentele vragen over (de zinloosheid van) het bestaan.

De vijf personages, die langzaam steeds zichtbaarder worden, hebben allemaal hun eigen verhaal. Tijs (de acteurs gebruiken allemaal hun echte naam) worstelt vooral met het begrip identiteit. Hij vertelt altijd al te twijfelen aan wat echt is en wat niet, wat waarheid is en wat een leugen. "Ik ben Thijs maar ik ben ook iemand die speelt dat hij Thijs is." Thomas heeft liefdesverdriet, Eva vertelt over haar angst voor het onbekende.

Gelukkig is er, behalve de fragmentarische dialogen, filosofische kwesties en psychologische twijfel ook veel humor te vinden en muziek: mooie liedjes, waarvoor Spinvis hypnotiserende melodieën componeerde. De zang is voortreffelijk en ze begeleiden zichzelf op alle mogelijke instrumenten. En dan is die twijfel over de zin van het bestaan opeens helemaal niet meer zo belangrijk.