Na een maand in Antwerpen te hebben gestaan, is Tim van Athene gisteravond in Nederlandse première gegaan op een wel heel bijzondere locatie, de voormalige suikerfabriek in Halfweg. De grote hal aan het begin van het terrein is omgebouwd tot een schitterende eet- en drinkgelegenheid, inclusief kroonluchters en decadente kunstwerken. En waar eens de suikerbieten werden opgeslagen, wordt nu het verhaal verteld van de glorie en de ondergang van Tim van Athene. In de ruimte is een glazen catwalk gebouwd, waarop het drama zich grotendeels afspeelt.
Theatraal is de voorstelling zeker. Alleen al het openingsbeeld is oogverblindend. Tegenover de kale, industriële sfeer van verval schitteren de fantasievol uitgedoste, zwaar geschminkte en gekapte personages des te meer. Ze doen denken aan grand guignol-figuren, extravagant en bijna overgestileerd. Tim van Athene, de hoofdpersoon, draagt witte kanten kousen en barokke schoentjes onder een overdaad aan bont, op zijn hoofd een enorme hanenkam. Een schril contrast vormt de sjofele figuur van Apie (Chris Nietvelt), gekleed in lompen en zonder enige make-up. Haar rol doet denken aan die van Kassandra in de Griekse drama's, de helderziende vrouw die - vergeefs - waarschuwt voor het onheil.
De tekst van Gerardjan Rijnders is losjes gebaseerd op Shakespeares Timon van Athene, maar veel meer geïnspireerd door de actualiteit van de vaderlandse politiek. Rijnders' Tim van Athene doet vooral denken aan Pim Fortuyn: een ondernemende professor die grote populariteit wint als lijstaanvoerder van een nieuwe politieke partij, de Lijst Tim, en die zonder enige gêne uitkomt voor zijn voorliefde voor mooie jongens. Tim heeft een butler en een Bentley, alleen de hondjes ontbreken. Om zich heen verzamelt hij een kliek van nieuwe rijken die uit zijn op macht. Niet toevallig dragen zij namen die de afgelopen tijden nationale bekendheid verwierven, ook zonder hun achternaam te vermelden: Sylvia, Nina, Cor.
In het eerste deel wordt de sfeer van decadentie en machtswellust breed uitgemeten, totdat duidelijk wordt dat de met geld smijtende Tim een faillissement boven het hoofd hangt. Zijn zogenaamde vrienden laten hem verongelijkt in de steek. In het deel na de pauze is er niet veel meer over van de pracht en praal waarmee Tim zich uitdoste. Hij is naakt, op een besmeurd onderbroekje na. De rol van Tim van Athene wordt subliem vertolkt door Aus Greidanus jr.: van de extroverte bravoure van het begin tot de verbitterde, naar liefde hunkerende man van het slotdeel is zijn spel overtuigend en aangrijpend. Frieda Pittoors is mooi als de domme gans Sylvia en Elsie de Brauw maakt van Nina een vervaarlijk personage. Bert Luppes maakt slapstick van zijn rol als butler Herman, de enige die er aan het eind van het stuk niet aan onderdoor gaat.
Tim van Athene is een typische Rijnders-voorstelling, met een combinatie van heftige, bijna overdadige stilering en een keiharde tekst. Rijnders is geen Shakespeare en soms verlang je naar meer poëzie in plaats van de breed uitgesponnen metaforen en de eindeloze varianten op poep, pies en pijpen. Dat neemt niet weg dat hij erin geslaagd is een buitengewoon theatrale voorstelling te maken over een fenomeen dat uiteindelijk van alle tijden is.