Alleen het getik van breipennen vermag de professor tot rust brengen. Even maar, dan moet de vrouw naast hem weer gauw aan het werk. De huishoudster zorgt al vele jaren voor de professor, ze slooft en draaft en verdraagt als toonbeeld van vrouwelijke berusting zijn schrikbewind. Heel soms noemt hij haar zoeteke'en eenmaal neemt hij haar zelfs even in zijn armen, wat zij, met gebalde vuisten en omhooggestoken armen, eerder lijdzaam ondergaat dan beantwoordt.
De wereldverbeteraar is een groteske komedie van Thomas Bernhard over een dag uit het leven van een oude, zieke professor. Hij krijgt een hoge onderscheiding uitgereikt voor zijn wetenschappelijk werk, een traktaat, waarvan niemand in de hele wereld zelfs maar een flauw vermoeden heeft wat er nu eigenlijk in staat, hoewel het in maar liefst 96 talen vertaald is. In de lange monoloog die de professor houdt, wachtend op het hoge bezoek van de universiteit, wordt de teneur van zijn traktaat wel duidelijk: zijn filosofie komt erop neer dat de wereld een stinkende beerput is en beter zou kunnen worden afgeschaft. De professor is een typische Thomas Bernhard-exponent: een zeurderige, wantrouwende aartskankeraar. Hij heeft een uitgesproken hekel aan de zon en haat de monotonie van de schaduw. Hij haat de natuur, hij haat de kunst, hij haat mensen, hij haat het getsjilp van vogels. "Het is alleen de hopeloosheid die alles nog een beetje draaglijk maakt", zegt hij ergens.
Peter De Graef maakt een waar monument van de professor. Hij ziet er onooglijk uit in zijn morsige pak, zijn mond beweegt spastisch, zijn stem slaat voortdurend over. Hij zit gekluisterd aan zijn stoel, zijn benen zijn vrijwel helemaal verlamd, zijn schouders schonkig en verkrampt. Zijn stemgeluid wordt versterkt door een zendmicrofoontje waardoor hij veel nuances aan kan brengen in zijn zeurende, tierende, klagende, flemende en scheldende betoog. Alle registers trekt De Graef open om zijn personage gestalte te geven. Marie-Louise Stheins geeft mooi tegenwicht als de onverstaanbaar mompelende, altijd zorgende huishoudster. Het toneelbeeld bestaat uit een schreeuwend kanariegeel plastic achterdoek, waartegen de professor in zijn eenvoudige stoel minnetjes afsteekt. De belichting van onderaf geeft elke beweging van de personages metershoge schaduwen, waardoor een bizarre, tweede werkelijkheid ontstaat. Een kronkelende afschaduwing van wat zich afspeelt in het hoofd van de professor. De wereldverbeteraar schetst een weergaloos portret van een oude, zieke en zijns ondanks toch ook ontroerende man.