Gary zit geknield op de grond, naakt op een onderbroek na en met een witte kap over zijn hoofd. Een archetypisch beeld dat we helaas maar al te goed kennen uit de media. Om hem heen een bombardement aan beeld en geluiden: de hele achterwand en zijwanden worden gevuld met videoprojecties. Soms parallel aan elkaar, soms dwars door elkaar heen zien we flarden van gezichten die langzaam wat meer herkenbaar worden. Gary, die een spreekbeurt wil houden over Osama, omdat hij niemand anders kan vinden die nog echt ergens in gelooft; Mark, een oudere man die geilt op de mooie Mandy; een broer en een zus die het over 'enge pedo's' hebben. Levensgroot in beeld, elkaar filmend met iPhones, in microfoons schreeuwend, fluisterend of zwoel pratend.
Het verband tussen de personages wordt duidelijk in het tweede deel, dat zich afspeelt op het podium waar Gary nog steeds bewegingsloos gevangen zit. Vanwege die spreekbeurt over Osama en omdat hij 'anders' is, wordt hij aangezien voor een terrorist. De broer en zus ondervragen hem, elkaar om beurten filmend. Het leidt tot een bijna orgastische geweldsscène: totaal doorgetripte types die geen idee hebben over goed of kwaad en elkaar opjutten in steeds weerzinwekkender stupiditeiten en steeds gruwelijker terreur. Een hedendaagse versie van Kubricks beroemde film A Clockwork Orange. Gary heeft geen schijn van kans en wordt afgeslacht.
Osama the Hero (2005) is een stuk van de Engelse schrijver Dennis Kelly, met wiens Na het einde Joost van Hezik in 2011 succesvol debuteerde als regisseur. De voorstelling maakt deel uit van een vierluik over 'de revolutie' die hij maakt bij Toneelschuur Producties. Het eerste deel was Dantons Dood (2013); in 2015 volgt Jeanne.
In Osama the Hero is af en toe wat inktzwarte humor te bespeuren, maar het is vooral een nachtmerrieachtige visie op een doorgedraaide mediacultuur. Het is een radicale voorstelling: strak geregisseerd, met prachtige acteurs, een ijzersterke tekst en adembenemende beelden (toneelbeeld van Wikke van Houwelingen en Marloes van der Hoek). In het derde en laatste deel zien we de personages (met uitzondering van Gary) weer terug in een aantal monologen, die deels door elkaar heen zijn gesneden. De oudere man praat over culinaire trivialiteiten, het zusje is gevangen in videobeelden van onthoofdingen. Uiteindelijk is het Mandy die op zoek gaat naar een plek buiten waar alleen maar groen is, een plek zonder herinneringen aan wat de beschaving heet. Na lang zoeken vindt ze uiteindelijk een flinterdun straaltje licht. Daar houden we ons al bezoekers maar aan vast, na een ijzingwekkende, hallucinerende trip.