Wat vormt de inspiratiebron voor theatermakers? Waarom wil iemand een voorstelling maken over een figuur als Falco, de Oostenrijkse rockmuzikant die in de jaren tachtig een paar hits scoorde en zich uiteindelijk doodreed op zijn veertigste? Dat was de vraag waarmee ik de voorstelling inging en - helaas - ook weer uitkwam.
De parallel met onze eigen superster Herman Brood ligt voor de hand. In zijn zwarte pak met bloot bovenlijf en blote voeten, zijn strak achterover gekamde haren en zijn eeuwige zonnebril, heeft acteur Luc van Esch wel wat weg van Brood. Hij omklemt de microfoon met beide vuisten, fluistert er zijn teksten in en beweegt met de nerveuze motoriek van de junk. Op de achtergrond zit de dj (Wim Lots, die ook de tekst schreef) achter zijn installatie en begeleidt Falco met een live 'soundscape'.
Tegen de achterwand levert een idyllisch berglandschap met kleine huisjes de couleur locale. De wrijving van een Kunstfigur als Falco! in het cultureel behoudende Oostenrijk had wellicht voor enige dramatisch interessante momenten kunnen zorgen, maar het blijft bij wat vaag gemompel over het onbegrip van de anderen.
/Hoewel Luc van Esch een aardige imitatie geeft van een cultfiguur als Falco, is de voorstelling als geheel weinig overtuigend. De afwisseling van nogal puberaal aandoende teksten en live gezongen hits vormen een wel heel dun dramatisch gegeven. Falco heeft het moeilijk met de liefde, met de kunst en vooral met zijn eigen geloofwaardigheid als superster. Zijn egotripperige kijk op de wereld, het beperkte scala aan emoties en de clichégedachten over drugs, vrouwen en het leven vormen bij elkaar te weinig om te kunnen boeien. Het blijft bij een tamelijk eendimensionaal portret van een man van wie ik nog steeds niet begrijp waarom er een voorstelling over gemaakt moest worden.