'Ik voel me als een acteur die er vlak voor de première achter komt dat hij zijn stuk niet kent', zegt de koning. Ionesco's toneelstuk De koning sterft is een absurdistisch drama over een koning die te horen krijgt dat zijn laatste uren geteld zijn. Regisseur Olivier Diepenhorst maakte een bewerking van het stuk, met Abke Haring (winnares Theo d'Or voor Hamlet vs Hamlet) in de rol van de koning. Diepenhorst is een van de vaste regisseurs bij Toneelschuur Producties; eerder maakte hij er onder meer Smekelingen, Het leven is droom en Andromache. Klassieke stukken, veelal strak gestileerd en gemaakt vanuit een grote liefde voor taal en schoonheid.
De koning sterft is geen gemakkelijk stuk. De onderliggende thematiek is die van de sterfelijkheid van de mens, in combinatie met de zinloosheid van het bestaan. Ioneco schreef het in 1962, toen hij ernstig ziek was, geconfronteerd met zijn mogelijk naderende einde. In zijn stuk laat hij niet alleen de koning, maar ook het hele koninkrijk sterven.
Zijn entourage bestaat uit twee koninginnen: Marguerite (Krisjan Schellingerhout) en Marie (Imke Smit), en een wachter (Jip van den Dool). Om beurten vragen ze zich af: ademt hij nog, de koning? Het decor (Marc Warning) bestaat uit een houten trap, met aan de linkerkant een bandrecorder waaruit een bonkend geluid klinkt, als van een onregelmatige hartslag; rechts hangt een gong waaraan allerlei geluiden kunnen worden ontlokt. Al meteen in het begin krijgt de koning het oordeel te horen: hij zal sterven. Aanvankelijk weigert hij dat te geloven: hij is immers de koning en hij bepaalt wel wanneer hij sterven gaat. Hij is almachtig, toch? Gaandeweg zie je hem door alle stadia gaan van angst, ongeloof, verzet, paniek (die van de acteur die zijn tekst niet kent), woede en ten slotte toch een soort van berusting. Abke Haring speelt de rol van de koning, gekleed in een wit gewaad dat het midden houdt tussen een lijkwade en een Romeinse toga. Een antiheld, verdwaasd en bleek. Heel mooi hoe zij de innerlijke strijd en de aftakeling laat zien, van de zekerheid van een almachtig heerser tot het besef een gewone sterveling te zijn.
De koning sterft gaat ook over de absurditeit van een koning die zich almachtig voelt en ver verheven boven zijn onderdanen, maar of het land nu al in verval was dan wel met hem ten onder gaat, is niet helemaal duidelijk. Zoals er wel meer vragen rijzen. Ionesco is niet voor niks de ongekroonde koning van het absurdisme; de tekst biedt weinig houvast. In de regie is gekozen voor geserreerd spel, naast wat hysterische uitbarstingen, van vooral koningin Marie. Het is een intrigerende voorstelling geworden die het nodige vraagt van de toeschouwer. Bijzonder vanwege de muzikaliteit, de strakke, functionele vormgeving en het fraaie spel van vooral Abke Haring.