Een eenvoudige maar doeltreffende vormgeving is vaak kenmerkend voor de voorstellingen van Dood Paard. Zo was de vloer in Freetown bezaaid met lege bierblikjes, waar de drie actrices letterlijk doorheen moesten waden en in ByeBye (naar Othello) domineerde een houten bak op de toneelvloer: tegelijk een ingenieus podium, verkleedkist, verstopplaats en wankele bodem. Door eenvoudig een ander sjaaltje om te doen, stapten de acteurs van het ene personage in het andere.

In hun nieuwe voorstelling De Perzen zijn het krukjes die het toneelbeeld bepalen. Het podium staat er helemaal vol mee, vele tientallen krukjes, in alle kleuren en vormen. Opzij van het toneel staat een zinken badkuip vol coca cola en op de achtergrond staat een scherm, waarachter af en toe rookwolken komen. De drie acteurs, tevens de vaste kern van het gezelschap, zijn identiek gekleed in witte hemden met een soort slagersschort eronder; de gezichten goud geschminkt, met zwarte kringen onder de ogen. Niet voor niks dat die wallen sterk worden aangezet want het is nogal een treurdicht, De Perzen.

Het is het oudste toneelstuk in de Westerse geschiedenis, geschreven door de Griek Aeschylus (525 - 456 voor Christus). Als drama is het eerlijk gezegd niet erg geslaagd. Het is vooral een droevige opeenstapeling van rampen voor het ooit zo onaantastbare Perzische leger. Een bode komt vertellen hoe alle legerleiders zijn gedood bij de invasie van Griekenland, op de gevluchte koning Xerxes na. Het stuk kent nauwelijks enige spanning, maar biedt wel ruim voldoende aanknopingspunten om er een actuele voorstelling van te maken: over onze verhouding tot de Perzen van nu bijvoorbeeld of die tot de Grieken.

In de enscenering van Dood Paard is weinig terug te vinden van een verbinding met het hier en nu of van een andere dwingende noodzaak om het stuk te spelen. Een onderliggende gedachte lijkt te ontbreken. Er is een aantal mooie, theatrale en soms geestige vondsten, zoals het rijdende winkelkarretje waarop Manja Topper als de koningin der Perzen rondsjeest, nuffig wenkend dat de krukjes opzij moeten worden gezet voor haar doortocht. Een voor één worden de krukjes omgedraaid, tot ze aan het eind van de voorstelling allemaal op hun kop staan. Een metafoor voor de gedode Perzen? En wat doet de cola in dat zinken bad? Staat de cola voor het bloed van de Perzen en is cola dan het symbool voor het westers imperialisme? Dood Paard lijkt ditmaal niet helder te hebben gekregen wat ze eigenlijk willen vertellen. De voorstelling begint en eindigt met het Ombra mai fu van Händel, de openingsaria uit zijn opera over Xerxes (Serse),gezongen door een klein jongetje. Mooi maar ook hier de vraag: waarom?