De eerste vragen zijn gemakkelijk: "Wie is er voor wereldvrede?". Het publiek steekt unaniem de hand omhoog. Bij de volgende vraag: "Wie heeft er het afgelopen jaar iets gedaan voor de wereldvrede?", is er nog maar een handjevol toeschouwers dat de vingers omhoogsteekt. Gelukkig wijzen de twee theatermakers, de Israëlische Nederlander Eran Ben-Michaël en de Syrische Hollander George Elias Tobal, niet alleen het publiek op hypocriet gedrag. In George & Eran lossen Wereldvrede op!, het afsluitende deel van hun trilogie, onderzoeken ze met Joodse zelfspot en Syrische bevlogenheid vooral hun eigen motieven en handelen. Om beurten richten ze hun pijlen op elkaar om daarna minstens zo nietsontziend de hand in eigen boezem te steken.
In het begin van de voorstelling geven ze al wel een oplossingsgarantie: in deze finale gaan ze de grote problemen voor eens en voor altijd oplossen. Eerst vertellen ze over hun individuele zoektocht van de afgelopen tijd. George is naar Lesbos gegaan om daar de gestrande vluchtelingen bij te staan. Althans, dat was de bedoeling. Maar vaak lokte het hotel met wifi, mixed grill en een koud biertje boven doorwaakte nachten in een vluchtelingenkamp. Eran maakte een reis naar Den Haag, Brussel, Parijs en Berlijn om met beleidsmakers en wetgevers te praten over de mogelijkheden om (meer) wereldvrede te bewerkstelligen. Een frustrerend verhaal over gebrek aan belangstelling en ambitie.
De voorstelling wordt begeleid door drie muzikanten die het verhaal ondersteunen en aanvullen. Ze laten zien dat de vrede tussen west en oost, als het om muziek gaat, heel dichtbij kan zijn: van swingende pop tot Griekse sirtaki, klezmer en klaagliederen. De Jood en de Arabier kennen elkaar inmiddels als hun broekzak en ze maken rake grappen over zichzelf en elkaar. Het is een afwisseling van aanval en verdediging, van woede-uitbarstingen tot verstilde verhalen over hun eigen familiegeschiedenis. De cabareteske aanpak met sketches op het snijvlak van toneel en stand-up maakt wel dat echte ontroering uitblijft.
Dat neemt niet weg dat het een buitengewoon geestige, dappere en verrijkende voorstelling is. Heel bijzonder hoe de twee jonge makers van het ene onderwerp naar het andere hoppen, heen en weer laveren tussen grappen en grollen, en pijnlijke bekentenissen. Natuurlijk is die oplossingsgarantie – de beloofde wereldvrede – grootspraak en wishful thinking, maar ze houden wel een ijzersterk pleidooi voor een betere verstandhouding tussen de Jood en de Arabier. Om te beginnen.