Op de jaarverslagen - die ze trouwhartig maakten want aan de belastingbetaler moest verantwoordelijkheid worden afgelegd- stond voorop een foto van blij publiek en ergens achteraan een foto van de makers. Het publiek was heilig in de beginjaren van Het Werktheater, de deur stond altijd open en het begrip democratisering' raasde door alle geledingen van de maatschappij. Kunst maken was een vies woord, een voorstelling heette een publieksconfrontatie en iedereen moest alles kunnen. Geen regisseur, geen dramaturg, geen zakelijk leider; overal werd collectief over vergaderd en beslist. Psychiatrische inrichtingen, bejaardenhuizen, politie-academies, ziekenhuizen en andere maatschappelijk zwakke instellingen vormden het belangijkste werkterrein van het gezelschap. s Zomers werden vrolijkere voorstellingen gemaakt, eerst op de laadbak van een vrachtauto, later in steeds grotere tenten. Zoals Feest voor Nico, voor Cas Enklaar misschien wel de leukste productie waar hij ooit aan meegewerkt heeft.

In Kattengat 10-de titel verwijst naar het adres waar het Werktheater leefde en werkte- schetst Enklaar een liefdevol portret van de groep die als geen ander het Nederlandse toneel heeft beinvloed. Peter Faber, Helmert Woudenberg, Gerard Thoolen, Marja Kok, Shireen Strooker, om maar wat namen te noemen, maakten net als hijzelf vanaf het prille begin (1970) deel uit van het Werktheater.

Cas Enklaar heeft gekozen voor een simpele vorm: hij zet een kopje koffie, draait een sjekkie, leest eens wat voor en vertelt smakelijke anecdotes. Met een knipoog naar toen, want inmiddels weten we allemaal wel beter (of toch niet?), maar vooral met een liefdevolle blik haalt hij fragmenten uit de geschiedenis op. Het werken als collectief vergelijkt hij met het maken van een rampenfilm, "zoiets als The Poseidon Adventure, met Peter Faber als Gene Hackman, de kapitein." Macht was taboe, iedereen moest gelijk zijn maar natuurlijk waren er mensen die iets meer gelijk waren dan anderen. Zelf voelde hij zich vaak net als vroeger op het schoolplein toen hij nogal eens aan de kant zat: tegen het acteergeweld en de ontembare energie van mannetjesputters als Peter Faber, Helmert Woudenberg en Gerard Thoolen kon hij niet op.

Uit wat een schier onuitputtelijke reeks herinneringen aan voorstellingen en werkprocessen moet zijn, dist Enklaar er in deze voorstelling enkele op, die tesamen een fraai beeld geven van een bijzondere periode uit de geschiedenis. Kattengat 10 is een ironische terugblik op, maar ook een hommage aan het Werktheater.