De dirigent heft zijn handen omhoog, de spanning stijgt. De musici om hem heen ademen in, de handen gaan hoger, de borstkas rijst mee, hoger en hoger.... en dan laat de dirigent zijn handen ineens vallen. Een anticlimax. Het ritueel wordt een paar keer herhaald totdat een van de spelers de bijna ondraaglijke stilte doorbreekt met een paar keiharde klappen met de bekkens
Het is een van de vele scènes in de nieuwe Bambie-voorstelling waarin het gaat over
tijd, over het rekken van tijd en het verstrijken van de tijd. Over versnelling en vertraging, over hooggespannen verwachtingen, over het leven dat soms razendsnel voorbij lijkt te vliegen, terwijl een minuut wachten oneindig lang kan duren. Over de talloze soms poëtische en soms uiterst prozaïsche momenten waarin het fenomeen tijd een grote rol speelt. Na een paar jaar stilte is het gezelschap – dat de afgelopen twintig jaar bijna elk jaar een nieuwe voorstelling maakte tot de subsidie stopte in 2013 – , weer terug. En hoe!
Het lijkt alsof ze zichzelf opnieuw hebben uitgevonden in de samenwerking met de muzikanten van de Eef van Breen Group. Hun beeldende, absurdistische en geestig wijze van theatermaken, meestal over figuren die worstelen met krachten die hun lichamen ver te boven gaan, wordt op een zeldzaam vanzelfsprekende wijze gekoppeld aan de muziek. De drie musici spelen mee, de drie mimers maken muziek. Alsof ze al jaren samen werken. Alsof het altijd al zo bedoeld is geweest.
De voorstelling begint traag, met een eindeloze 'loop' van personages, die vertrekken aan de ene kant van de sobere ruimte – een ontwerp van Hester Jolink – en aan de andere kant weer binnenkomen. Wachten, kijken, zoeken naar betekenis. Tot de muziek het overneemt. Bambie is Back is een potpourri van snel wisselende scènes, waarin soms een miniverhaal wordt verteld (jongen en meisje zijn verliefd- zij is zwanger – ze lopen met kind- ze zwaaien het kind uit- ze lopen krom – ze vallen om) en soms alleen maar een reeks fysieke acties te zien valt. Heel geestig is de scène waarin een aantal handelingen wordt benoemd – eating, sleeping, laughing, breathing, dying enzovoorts – , waarbij de Bambie-kernleden, Paul van der Laan en Jochem Stavenuiter, de handeling verbeelden. Sneller en sneller gaat het tot ze erbij neervallen. Opvallend vaak speelt de dood een rol, zoals in een hilarische scène waarin de stervende telkens maar weer opnieuw zijn laatste adem lijkt uit te blazen. Bij platvloerse gedachten – iemand bekijkt begerig de glimmende schoenen van de stervende – klinken verheven tonen. Of omgekeerd. Bambie speelt met de tijd en dus met alles wat de mens zoals bezighoudt tussen de eerste en de laatste ademteug.