Zijn het badkuipen of doodskisten waarin de twee acteurs bij aanvang van de voorstelling ontspannen liggen te keuvelen? Hoog op het podium tronen ze, met tussen hen in een enorme berg gevarieerde groente; op de vloer en achter hen twee besmeurde doeken. Een beeld dat doet denken aan de films van Pasolini of Peter Greenaway.

In zangerig zuidelijk dialect vraagt de een (Jeroen Willems) de ander (Peter Paul Muller), waar hij het geld verstopt heeft. Als de aangesprokene blijft zwijgen, bedenkt Willems de meest vreselijke straffen om zijn vriend tot spreken te dwingen. Hij pakt een rode kool uit de stapel naast hem en begint er met een vleesmes puntjes uit te snijden, intussen gedetailleerd beschrijvend, welk deel van diens lichaam hij nu aan het verminken is. Pure slapstick is het maar intussen dringt het besef door hoe wreed de onschuldige kinderfantasieeen kunnen zijn. Het is de vrolijke opmaat naar een voorstelling die geleidelijk steeds grimmiger wordt. Een studie in geweld.

De scenes worden afgewisseld met door de acteurs gezongen en door William Bakker begeleide madrigalen van Monteverdi, die een sereen contrapunt vormen met de bloeddorstige teksten. Peter Paul Muller declameert citaten uit de Gijsbreght en Macbeth, onderwijl Jeroen Willems gebruikend als slachtoffer om zijn verzen te illustreren. Opnieuw komt de groente goed van pas: groene koolbladeren worden op zijn schpuders gedrapeerd als de schouderstukken van een kuras, een krop andijvie moet de baard van de bisschop voorstellen, een venkelknol zijn wijwaterkwast en een opengekliefde pompoen de vulva van een non die verkracht wordt.

Het verhaal van een etnische zuivering wordt door Jeroen Willems sec verteld. De acteurs, inmiddels doorweekt en besmeurd van alle groentesappen en nepbloed, staan dicht bij elkaar zonder elkaar of het publiek aan te kijken, terwijl de meest huiveringwekkende feiten worden opgesomd.

In de slotscene is de humor weer terug, zij het van een treurige soort. De acteurs schminken elkaar als twee clowns met een wat trieste grimas en zo spelen ze de bekende ontmoeting tussen overste Karremans en Mladic in Srebrenica. Een groteske parodie, die echter meer raakt dan menig documentaire zou kunnen.

Bloeddorst is een indrukwekkende voorstelling door de vindingrijke wijze waarop met de attributen wordt omgesprongen, door de luchtige aanpak die de zware thematiek des te sterker doet aankomen en door het adembenemende spel van twee ras-acteurs.