"Ik zou willen dat angst op een gegeven moment op zou zijn, zoals het warme water voor de douche." Mona leert al vroeg in haar leven wat angst is als ze in een donkere kelder wordt opgesloten door haar hardvochtige moeder. En het duurt lang voor ze zich enigszins kan bevrijden van het juk van angst en schuldgevoel dat haar beknelt. Mona is de hoofdpersoon in Kom hier dat ik u kus (2014), de tweede roman van Griet Op de Beeck, een bestseller waarvan inmiddels meer dan 400.000 exemplaren zijn verkocht.

Na het succes vorig voorjaar van de toneelversie van haar debuutroman Vele hemels boven de zevende is nu het verhaal over de 35-jarige Mona voor het theater bewerkt. Een gouden vondst is het om het hoofdpersonage Mona te laten spelen door twee actrices, Sophie van Winden en Kirsten Mulder. Ze lijken uiterlijk op elkaar, allebei jong, frêle en blond, en ze zijn steeds identiek gekleed als een eeneiige tweeling. Het biedt de gelegenheid om de vele 'monologue intérieurs' uit het boek, inclusief de innerlijke worstelingen van Mona, zichtbaar te maken. In het begin gedragen ze zich ook vrijwel identiek, maar in de loop van het stuk – en het verhaal beslaat zo'n 25 jaar, van Mona's negende tot haar vijfendertigste – verandert dat. Soms zie je de een handelen zoals dat nu eenmaal van haar verwacht wordt, terwijl de ander (meestal Kirsten Mulder) wanhopig grimassen zit te trekken of nee te schudden: "Nee, doe nou niet!". Of de een druipt af tijdens een ouderlijke ruzie, terwijl de ander zachtjes achter haar vader gaat staan, als een onzichtbare beschermengel.

Weinig schrijvers kunnen zo goed in de huid van negenjarige meisjes kruipen die getiranniseerd worden door hun onmachtige ouders, die op hun beurt ook maar weer het gedrag reproduceren dat ze van thuis hebben meegekregen. In kleine tussenzinnetjes en bijna tussen de regels door laat Op de Beeck dat mechanisme haarscherp zien. In de toneelbewerking (van Janine Brogt), door de binnenwereld naar voren te halen en vooral door het knappe spel van de actrices wordt die hartverscheurende strijd briljant verbeeld. Schrijnend is het bijvoorbeeld om te zien hoe Mona telkens weer probeert om een grammetje liefde te vinden bij haar onmachtige vader.

Het hele ensemble is goed op dreef. Dragan Bakema speelt zowel het jongere broertje van Mona, heerlijk onbesuisd jongensachtig, als de extraverte, coke snuivende toneelregisseur die Mona later als dramaturg de laan uitstuurt. Reinout Bussemaker speelt de vader die wel wil maar niet kan, en de oudere schrijver met wie Mona een verhouding krijgt. Oda Spelbos is geweldig op dreef als Marie, de onverdraaglijk egoïstische stiefmoeder van Mona.

Het is een aangrijpende voorstelling geworden, een psychologisch drama door de grote thema's zoals de afhankelijkheid van kinderen, de zoektocht naar identiteit, het lef om eigen keuzes te durven maken. Gelukkig zijn er ook veel luchtige en humoristische momenten.