Evert is een Friese fietsenboer die het niet goed kan verkroppen wanneer zijn 19-jarige dochter thuiskomt met een vriendin in plaats van een leuke vriend. Ada is bovendien wel tweemaal zo oud als zijn dochter en als tv-presentatrice vertegenwoordigt zij het Kwaad van de Grote Stad. In zijn oneindige wijsheid bedenkt Evert al gauw een oplossing voor deze ongewenst en zondige toestand: Ada moet maar met hem trouwen. "Ik ga jouw stuur rechtzetten', spreekt de fietsenboer haar toe, "en al jouw gaatjes dichtplakken".

In de eerste vijf minuten al is de toon gezet. Ada en Evert zijn personages van bordkarton, voorzien van een tekst die hen ook geen enkele kans biedt om uit te groeien tot meer dan dat. Wandelende cliche's, zonder enige geloofwaardigheid, die grossieren in platte teksten. Ada, op de vraag of ze het vroeger ook weleens met mannen heeft gedaan: "Ik heb meer worsten in mijn mond gehad dan Unox heeft ingeblikt."

Gelukkig verlaten wij dit moderne non-realisme al snel. Ada en Evert kijken elkaar diep in de ogen en hups, daar verandert het decor en bevinden we ons ergens aan het eind van de vorige eeuw. Het is de avond van de premiere van La Dame aux Camelias, waarin de gevierde actrice Eleanora Duse de hoofdrol speelt. In kort bestek wordt zij als onuitstaanbare femme fatale en haar echtgenoot als een laf schoothondje te kijk gezet.

Een derde scene verbeeldt de intriges aan het hof van Versailles, aan het begin van de achttiende eeuw. Madame de Pompadour, de officieel erkende minnares van de koning, doet uitgebreid verslag van de abominabele kwaliteit van de seksuele prestaties van Zijne Majesteit, maar raakt verstrikt in het gekonkel wanneer het de koning belieft haar tijdelijk te vervangen door een jeugdig markiezinnetje.

Een duidelijke samenhang vertonen de drie verhalen op het eerste gezicht niet, al doet de enscenering vermoeden dat er wel degelijk gezocht moet worden naar een achterliggende gedachte. Slechtheid is van alle tijden; corruptie, intriges en vuilpijperij zijn universele begrippen, zoiets? De mannelijke held' (Bruun Kuijt) is in alle gevallen een ongelooflijke lamlul, de vrouwelijke heldin' (Wivineke van Groningen) een onverdraaglijke aanstelster en het derde personage (respectievelijk de dochter, de kleedster en de markiezin, gespeeld door Lysbeth Welling) de onschuld zelve. En dat blijft zo, eeuw na eeuw na eeuw.....De voor de hand liggende verwijzing naar de eerste mensen doet vermoeden dat er bar weinig is bijgeleerd sinds Eva in de appel beet.

Ada en Evert is ongetwijfeld bedoeld als een komedie met diepgang, maar voor een komedie is het stuk te bedacht, te schetsmatig en te flauw. De verhaallijn is flinterdun en de diepgang is van dik hout zaagt men planken. Het is de diepgang van de Friese fietsenboer die met zijn dubbele bodems alleen maar verwijst naar ongegeneerde en domme platheid. Niet leuk, wel treurig.