Ze is op zoek naar hoopvolle verhalen, de jonge schrijver en theatermaker Anoek Nuyens. Zo belandde ze bij Jan Pronk, de oud-politicus die bijna vijftig jaar actief is geweest in de (inter)nationale politiek. Wars van flauwekul, rechtdoorzee, geroemd als het geweten van links. Ze noemt hem "een van de meest betrokken politici die Nederland ooit gehad heeft." En hij heeft een antwoord op al haar vragen. Het leidde tot een voorstelling, eenvoudig Pronk geheten, gebaseerd op hun ontmoetingen.
Nuyens maakt sociaal bewogen, documentair voorstellingen, met als onderliggende vraag: hoe kan het theater bijdragen aan een betere wereld? Eerder maakte ze onder meer Hulp (2015), over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking en, samen met Rebekka de Wit, Tenzij je een beter plan hebt.
De vorm van Pronk is uiterst simpel. Nuyens staat in het midden van een platform, achter haar een wand met affiches die allemaal rood zijn geverfd (een verwijzing naar het linkse verleden), boven haar een bak licht, die steeds andere schaduwen vormt. Ze vertelt hoe ze op een dag contact met Jan Pronk zocht en bij hem iets vond wat ze al geruime tijd kwijt was: iets van vertrouwen, iets van helderheid. Hun ontmoetingen noemt ze therapeutisch: elke keer als ze hem heeft gesproken, is er iets van de condens opgetrokken die als het ware het zicht op de buitenwereld belemmert. "Hij is als het ware mijn autoruitverwarming." Het is een geestig verteld en ontroerend verhaal waarin ze persoonlijke ervaringen en observaties afwisselt met een korte schets van de geschiedenis van de sociaaldemocratie in Nederland. Aan de hand van Pronks boekenkasten en archieven, die ze samen doorspitten, krijg je een beeld van enerzijds de ongelooflijke inspanningen van Pronk op het gebied van milieu en ontwikkelingssamenwerking en anderzijds een ontluisterend beeld van de jaren negentig ('het muffe kamertje') toen het neoliberalisme hoogtij begon te vieren.
Het leidt tot een pleidooi om op zoek te gaan naar nieuwe vormen van verbondenheid, van verbinding. Ze heeft heimwee naar de tijd dat de politiek er nog toe deed, dat ze niet werd bedolven onder fake news, dat de waarheid nog bestond en niet alles kapot geïroniseerd werd, dat je nog een mening kon hebben zonder verscheurd te worden door twitterende tegenstanders die je voor oud vuil uitmaken; kortom naar wat er verloren is gegaan na die idealistische jaren zeventig en tachtig. Pronk is zowel een intiem portret van de politicus als van de afbrokkeling van het sociaaldemocratische gedachtengoed. Het is een soort theatercollege of een liefdevolle filosofische stand-up theatervoorstelling waar je even een vleugje hoop van krijgt.