Het is liefde op het eerste gezicht. Op de dag van haar verloving met Oskar, de eerzame slager van verderop, valt Marianne als een blok voor de even charmante als onbetrouwbare Alfred. Ze ruikt vrijheid en avonturen en alles wat ze verder mist in de wurgende benepenheid van haar omgeving. Dat kan alleen maar slecht aflopen.

Verhalen uit het Weense woud (1931) is een even tragisch als hilarisch stuk van Ödön von Horváth, dat nu te zien is in een enscenering van Arie de Mol. Het stuk speelt zich af in een winkelstraatje waar iedereen elkaar kent: de slager, de sigarenvrouw, de feestwinkel. Veel armoede en een snel veranderde wereld. In de versie van Toneelgroep Maastricht is het benepen milieu in de jaren dertig dat von Horváth schetste enigszins losgezongen van tijd en plaats: het is een willekeurig stadje dat niet zo heel ver af staat van het hier en nu. De Weense walsen die in de oorspronkelijke versie uit 1932 waren voorgeschreven (Johan Strauss was mateloos populair) zijn vervangen door levensliederen uit de jaren zestig en zeventig, zoals De glimlach van een kind (Willy Alberti), Mama van Heintje en Ik zou weleens willen weten (Jules de Corte).

De productie is gemaakt voor de grote zaal. Decorontwerper Theo Tienhooven maakt even inventief als effectief gebruik van beschilderde doeken die in allerlei combinaties de suggestie van een straat of van een feestruimte bieden, met inkijkjes die soms opengaan. Het biedt de mogelijkheid tot close-ups, een bijna filmische enscenering waardoor je als het ware in de vertelling wordt gezogen. De hele speelvloer wordt gebruikt; soms speelt zich voor op het toneel een scène af, terwijl op de achtergrond ook van alles gebeurt. Dat geeft de voorstelling een meeslepende dynamiek.

De personages zijn herkenbaar en tegelijk sterk gestileerd. Lore Dijkman maakt van Marianne een ontroerend personage, een even naïeve als geloofwaardige anti-heldin. De sigarenvrouw (Gusta Geleijnse) is een geweldige opportuniste en Jack Vecht maakt een feest van zijn rol als de ritmeester. Het hele ensemble speelt trouwens sterk, letterlijk uit de verkleedkist, veel dubbelrollen en uitbundig uitgedoste personages.

De scène in het bordeel (want ja, daar komt die arme Marianne terecht) is fantastisch: iets te langzaam gedraaide muziek (Dans je de hele nacht met mij?), een gladde conferencier en op een draaiplateau de in roze konijnenbont gehulde Marianne, de onschuld zelve. Het roept compassie op en mededogen, maar is ook heel erg grappig. Als tragiek en komedie elkaar ergens raken, dan is het hier. Verhalen uit het Weense Woud is aangrijpend en herkenbaar volkstoneel. Een stuk dat iets zegt over onze tijd (de hypocrisie, het 'wij'-denken, de angst voor alles wat anders is), zonder moralisme. Een voorstelling die bruist en van begin tot eind boeit. Een mengeling van sferen: De helaasheid der dingen, Vrijdag van Hugo Claus, een scheut Woyzeck en afgemaakt met een Brechtiaans aroma. Zeer aanbevolen.