'Wat wil jij later worden?', vraagt Avery aan Sam. Sam antwoordt: 'Voor mij ís het al later.' Sam (Mark Kraan) en Avery (Emmanuel Ohene Boafo) zijn schoonmakers in een oude, aftandse bioscoop waar ze na elke voorstelling de popcorn op moeten vegen. Voor de 20-jarige Avery is het een nieuw en tijdelijk bijbaantje naast zijn studie, voor Avery is het zijn misschien wel levenslange lot.

Toneelgroep Oostpool brengt in coproductie met Het Nationale Theater Cinema (oorspronkelijk The Flick) naar Nederland, het succesvolle toneelstuk van de jonge Amerikaanse schrijfster Annie Baker. Ze won er de Pulitzer Prijs mee en het stuk stond in New York, Chicago en Londen in uitverkochte zalen. The Flick is vertaald door actrice Ariane Schluter die heeft gezorgd voor een soepele, naturel klinkende tekst.

De voorstelling speelt zich af in de bioscoop, als de eindtitels van de film zijn afgelopen, het zaallicht langzaam weer is aangegaan en het publiek is vertrokken. Dan komen de bezems weer tevoorschijn. Behalve de jonge, zwarte bebrilde student Avery en de door de wol geverfde Sam, is er nog een derde personage, Rose (Eva Laurenssen), opgeklommen van schoonmaker naar filmoperateur. Daarmee zijn genoeg ingrediënten voor een lichtvoetig drama voorhanden, zoals de gefnuikte carrière van Sam tegenover de tomeloze ambitie van Avery, en de driehoeksverhouding tussen de twee mannen en een vrouw: Sam is stiekem verliefd op Rose, maar zij lijkt meer geïnteresseerd in de 'nieuwe aanwinst' Avery. Centraal staat de teloorgang van het verleden: in Cinema worden de films nog steeds op 35 mm geprojecteerd en niet digitaal. Alle drie de personages zijn grote filmliefhebbers en ze troeven elkaar voortdurend af met hun filmkennis. Dat levert geestige en herkenbare gesprekken op. Jeroen De Man versterkt dat nog in zijn regie: er lijkt niet veel te gebeuren, het gaat vaak over trivialiteiten, maar intussen wordt het onvermogen van ieder personage subtiel aan de oppervlakte gebracht. Fraai is bijvoorbeeld de scène waarin Roos de horoscopen voorleest uit een magazine: gretig die over de samenwerking tussen de leeuw en de steenbok (zij en Avery) en mateloos verveeld als het om die tussen twee leeuwen gaat (zij en Sam).

Tussen de scènes door wordt het telkens even donker en hups, daar gooit een van de spelers weer een lading popcorn over de rijen stoelen. En beginnen ze opnieuw te vegen. Een soort Sisyfus-klus: een eindeloos terugkerende reeks handelingen die telkens weer opnieuw vergeefs blijkt.

Het decor bestaat uit een rij afgeleefde stoelen, met bovenin een raam waarachter de filmprojector staat en Roos haar diensten draait. Cinema is een ode aan (film)theater.