Als klein meisje leert haar vader haar de bloemen in de tuin van elkaar te onderscheiden, door eindeloos de blaadjes te betasten. De blinde Molly schuifelt voetje voor voetje door de tuin, net zo lang tot ze aan de geur van de lindeboom of aan het ruisen van de beek precies weet waar ze zich bevindt.

Molly Sweeney is blind vanaf haar kinderjaren (of misschien al vanaf haar geboorte?), maar ze heeft zich een plek weten te veroveren in deze wereld, een rustige, veilige, eigen plek. Ze houdt van muziek, van wandelen en - meest van al - van zwemmen. Op haar veertigste verandert haar kabbelende bestaan ingrijpend. Ze ontmoet Frank, een werkloze man die zich met tomeloze energie op fascinerende verschijnselen stort, achtereenvolgens op de blauwrugzalm, geiten, bijenkorven en Molly Sweeney. Hij trouwt met haar en brengt haar in contact met dr. Rice, een ooit briljant oogheelkundige die zijn gekelderde reputatie wil opvijzelen door te proberen Molly via operaties haar gezichtsvermogen terug te geven.

Molly Sweeney is een stuk van de Ierse auteur Brian Friel, geschreven in de vorm van een monoloog en door de bewerkers aangevuld met commentaarstemmen op tape en met videobeelden. Marlies Heuer zit als Molly dichtbij het publiek, aan een tafeltje met een eenvoudige bureaulamp die ze herhaaldelijk aan- en uitknipt; de achterwand bestaat uit grote, witte vellen papier, waarop de videobeelden worden geprojecteerd. Het vaak zo irritante gebruik van videobeelden en achtergrondgeluiden wordt in deze voorstelling uitermate sober en doeltreffend toegepast. In het begin zie je een donkere achtergrond met wazige vlekken en af en toe een schittering, waarmee de suggestie wordt gewekt van wat iemand ziet die vanuit een totale duisternis voor het eerst wat flarden waarneemt. Later, na de tweede operatie, worden de indrukken heftiger, tot een complete kakofonie aan visuele informatie ontstaat: duidelijk wordt, hoe schokkend en veelomvattend en bedreigend al dat licht en al die kleuren voor haar zijn. "Aan wat voor wereld had u dan gedacht, mrs. Sweeney?", vraagt dr. Rice met enig sarcasme, als zij probeert duidelijk te maken hoe vreemd en verontrustend de lichten haar verblinden en de kleuren en vormen op haar af komen getuimeld. Haar rustige, eigen binnenwereld is verloren geraakt en ervoor in de plaats heeft zij chaos en dreiging teruggekregen.

Volstrekt overtuigend wordt in dit stuk duidelijk gemaakt dat blindheid niet per se alleen als een verlies hoeft te worden ervaren. Hoewel blindheid hoog scoort op de lijst van rampspoeden die een mens kunnen overkomen - wat zou je kiezen: blind of doof? blind of een been kwijt? blind of zonder armen? - , is Molly Sweeney als blinde oneindig veel gelukkiger dan in de wazige toestand vol onrustbarende lichtflitsen waarin de twee operaties haar brengen. Marlies Heuer maakt Molly met subtiele middelen, met humor en compassie tot een innemend, compleet en aangrijpend personage. De voorstelling is een hommage aan de verbeelding, door de voorbeeldige manier waarop het publiek aan het denken wordt gezet over het fenomeen 'zien', door het voorbeeld van Molly Sweeney die aan de verbeelding genoeg heeft om een eigen, levendige binnenwereld te creƫren. En dat kan menig ziende haar niet na zeggen.