Op tafel staat een vaas met drie rode tulpen: een in de knop, een in volle bloei en een verlepte. Een kernachtiger beeld voor wat in de gouden eeuw centraal stond, kun je moeilijk bedenken. De levensloop van de mens wordt ermee weergegeven maar ook staat de tulp symbool voor de weelde en de woekerwinsten waaraan de zeventiende eeuw zowel haar glorie als haar ondergang te danken heeft.
De nieuwe voorstelling van Orkater, De gouden eeuw, is voor een groot deel gemaakt met hetzelfde succesteam als een paar jaar geleden het Conijn van Olland. Ook de ingredienten zijn vrijwel identiek: een zelfgeschreven tekst gebaseerd op de vaderlandse geschiedenis, die verteld wordt aan de hand van de lotgevallen van onbekende landgenoten. Verder maakt de muziek van Beppe Costa, gespeeld op bekende en zelf ontworpen instrumenten, opnieuw een essentieel onderdeel uit van de voorstelling.
In De gouden eeuw is nog een sterke troef toegevoegd in de vorm van Tamar van den Dop. Zij lijkt zich als een vis in het water te voelen in het vrijgevochten Orkaterensemble en speelt als de eenvoudige volksvrouw Katrien de sterren van de hemel. Het is een genot om te zien hoe zij het uiterste uit elke scene weet te halen en zich tegelijkertijd dienstbaar opstelt in het ensemblespel dat de voorstelling, vooral in muzikaal opzicht, is geworden.
Beppe Costa speelt de rol van de verteller die boven de partijen staat, ditmaal zelfs als de allerhoogste verteller. Hij is namelijk God zelf, die met grote tevredenheid komt kijken hoe ver dat kleine landje aan de zee het inmiddels geschopt heeft. Bovendien is hij de motor van de voorstelling waarin grote muzikale inventiviteit gepaard gaat met een prettig soort bescheidenheid.
Waar Conijn van Olland soms nog aan een geschiedenisles deed denken, al was het dan een hele leuke, De gouden eeuw stijgt daar ver boven uit. De
voorstelling is sterker, geconcentreerder, geestiger en vooral aangrijpender.
De parallellen met nu liggen voor het oprapen, al is het maar omdat de dood van Johan de Witt in het rampjaar 1672 de afgelopen maanden veelvuldig is aangehaald als de laatste politieke moord in Nederland totaan die van 6 mei jongstleden. En als je de opkomst en ondergang van de handel in tulpenbollen vervangt door de internethype van nu, dan blijkt de voorstelling verrassend actueel. Het is een grote verdienste van de makers van De gouden eeuw, dat de voorstelling nergens ontaardt in een verwegshow' over domineesland langgeleden of in een politieke preek. De gouden eeuw is een verrukkelijke voorstelling geworden, waaraan in alle opzichten volop valt te genieten.