'Hij is toen en toen geboren, in dat en dat stadje en hij is zo en zo oud. Hij drinkt graag een glas bier en denkt niet veel. Wie veel denkt, maakt zich onbemind.' In de proloog gaat het over een gewone man, een 'ambtelijk geval'. In Hin und Her krijgt hij een beroep en een naam: de drogist Ferdinand is het land uitgezet waar hij altijd gewoond en gewerkt heeft maar hij wordt zijn geboorteland niet binnen gelaten, omdat hij zijn papieren maar op tijd had moeten laten verlengen….

Hin und Her (1933) is een stuk van de Oostenrijks-Hongaarse toneelschijver Ödön van Horvath, dat nu voor het eerst in Nederland wordt gespeeld door 't Barre Land en Tijdelijke Samenscholing en Co. De voorstelling speelt zich af op een houten brug in het niemandsland tussen die twee niet nader genoemde staten. Eindeloos pendelt Ferdinand heen en weer tussen de twee wachters die plichtsgetrouw hun grenzen bewaken. De grote zaal van Frascati is nog uitgebreid door er de gang bij te betrekken waardoor een enorm speelvlak ontstaat. Daar dwalen de acht personages overheen in een subtiele, maar veelzeggende choreografie. Geen realisme: de houten brug bestaat alleen in de fantasie, mannen spelen vrouwenrollen en omgekeerd, en af en toe wordt er commentaar geleverd op het spel. De eenvoudige enscenering, waarin de stijl van Maatschappij Discordia te herkennen valt, past uitstekend bij Von Horváths messcherpe tekst die nauwelijks gedateerd aanvoelt. Het oorspronkelijke verhaal is nog aangevuld met andere toepasselijke fragmenten, mooie livemuziek van Stan Vreeken en eigen teksten en improvisatie.

Hin und Her is geschreven als een klucht, vol komische en absurde passages, tegen de achtergrond van die stateloze burger die op grenzen stuit. Vincent van den Berg speelt de rol van de brave Ferdinand die geen kant meer op kan en zijn tijd op de brug noodgedwongen slijt met vissen. Om hem heen is het een gaan en komen van mensen: zijn vrouw die hem (te kleine) wormen komt brengen, beambten die elke keer met nieuwe afwijzingen komen, tot zelfs de minister-presidenten van de beide landen aan toe. De tekst is af en toe briljant en de acteurs, van wie Sarah Jonker een open doekje verdient met een onwaarschijnlijk knap gebracht taalspel, spelen met humor, intelligentie en scherpte. Overbodig te zeggen dat de strijd tussen individu en staat opmerkelijk veel gelijkenis met onze tijd vertoont.