'Morgen ga ik stoppen. Morgen houd ik op met drinken, roken, pillen slikken, eten.' Het is de bezweringsformule van elke verslaafde: nog één keer gaan, nog één laatste keer alles vergeten en dan ophouden. Morgen dus.

Slaaf is een indringende monoloog van een verslaafde, die weet waar hij het over heeft. De acteur Jack Wouterse is jarenlang verslaafd geweest aan onder andere cocaïne, net als schrijver Oscar van Woensel. Als inmiddels afgekickte ervaringsdeskundigen werkten ze nauw samen aan de tekst voor een voorstelling die Alize Zandwijk regisseerde bij het Rotheater. De voorstelling ging al enkele jaren geleden in première en gaat nu opnieuw op tournee door het land.

Jack Wouterse gaat met de billen bloot, (bijna) letterlijk en figuurlijk. De tekst van Van Woensel lijkt rechtstreeks uit de voorportalen van de hel te zijn weggesleept. De tekst is muzikaal en poëtisch, maar ook rauw en ontregelend. 'Eten is weten, eten is vergeten', is een van de telkens terugkerende rijmregels waarmee hij scanderend zijn toestand probeert te duiden.

Wouterse komt geketend op, met een enkelband beperkt in zijn bewegingsvrijheid. Als een gevangene in zijn cel loopt hij te ijsberen; de schuine wand is volgekliederd met tekeningen, (van Nelleke Zandwijk) van groteske figuren met wijd open ogen en monden en voorzien van enorme geslachtsorganen; in de ene hoek staat een minuscuul tafeltje, waar de omvangrijke Wouterse amper achter past, in de andere ligt weggegooid voedsel.

Al meteen in het begin kondigt hij aan dat het zijn laatste dag zal zijn. Hij heeft genoeg gegeten, genoeg geleden, genoeg kwaad aangericht. In het begin van de monoloog is hij nog de bon vivant die genieten kan van tomaten, maar dan van die echte, kleine ronde rode Italiaanse met veel smaak. Hij zet zich af tegen de smakeloosheid, tegen de overproductie, tegen de BigMac-smakeloosheid. Enerzijds is hij een culinaire liefhebber, aan de andere kant wenkt de Febo en wil hij alles wel tegelijkertijd naar binnen proppen: een paar kroketten, een halve kip, friet met mayo. Is dat nog zeer herkenbaar, verderop in de tekst raakt het personage steeds verder meegesleurd in een destructieve vlucht naar meer, groter, dieper. Hij voelt zich tegelijk gevangene en moordenaar, slachtoffer en dader, onschuldig kind en monster. De tekst laveert tussen weerzin en schuldgevoel, tussen mededogen oproepen en uitbarsten in woede. Huilend, scheldend en smekend maakt Wouterse de hel die verslaving heet van dichtbij voelbaar: de eenzaamheid van waaruit de zucht naar genotsmiddelen voortkomt, het vullen van de leegte en het bezweren van de angst. Slaaf roept bij tijd en wijle weerzin op, maar bovenal bewondering voor een fenomenale acteur.