Zijn moeder beschrijft hij als een heks, die zich voordoet als een heilige. "De dingen waar andere vrouwen lust en vreugde uit halen waren haar een gruwel." Over zijn vader wordt alleen verteld dat hij om duistere redenen in de gevangenis is beland.

Alleen in het begin wordt even gerefereerd aan de treurige omstandigheden waarin de ongelukkige hoofdpersoon is opgegroeid. Louis Paul Boon schetst in Eros en de eenzame man -geschreven in 1978 en pas na zijn dood uitgegeven- het relaas van een man die steeds meer aan de rand van de samenleving komt te staan.

In de bewerking van Jan van Dyck geeft acteur Tom van Dyck een sober, maar indringend portret van de naamloze ik-persoon. Schuchter staat hij in zijn beige-bruine jaren-zestig pak op de planken vloer, met een fles bier en een klapstoel als enige decorstukken, afgezien van de centraal opgehangen schilderijlijst, waarin de rug van een naakt meisje is geprojecteerd. Af en toe zie je de haartjes in haar nek even bewegen, een beeld van onschuld en kwetsbaarheid.

Vooral in het begin wekt het relaas van de man ontroering: als hij vertelt hoe ontsteld hij was toen hij als zevenjarig jongetje onder het rokje van zijn buurmeisje Liesje van zes kon kijken. Of de schok wanneer hij een glimp opvangt van een ontstellend groot ding' bij een oudere jongen en de opluchting als hij veel later ook over zo'n roze potloodje blijkt te beschikken. Gaandeweg wordt zijn seksuele obsessie heftiger en grimmiger en zijn onvermogen tot het aangaan van intieme contacten groter. Hij is een voyeur die eindeloos de buitenwijken van de stad afschuimt, op zoek naar verlossing. Alleen in het maken van schilderijen -desolate landschappen langs het spoor, waarin een meisje neerhurkt- vindt hij enige bevrediging, maar zij worden gezien als producten van een zieke geest. Zijn schoolvriend Paul Boonen, een karikaturaal alter ego van de schrijver Louis Paul Boon, weet zijn seksuele fantasieen juist wel om te zetten in succesvolle romans, terwijl hij ook nog eens een mooie idylle beleeft met zijn jeugdliefde Roosje. Zo eenvoudig kan het leven zijn, verzucht de hoofdpersoon. Knap aan de voorstelling is de wijze waarop Tom van Dyck betrokkenheid en mededogen op weet te roepen met zijn personage, ook van de vrouwelijke toeschouwer. Zeker naar het einde toe, wanneer hij zijn seksuele agressie niet meer weet te beteugelen, wekt dat een ongemakkelijk besef van dubbelheid op: enerzijds begrip, anderzijds woede en verzet. Dit verwrongen zelfportret' van Boon, die zeker voor liefhebbers van de sociale volksschrijver, meteen na publicatie in 1979 al behoorlijk schokkend moet zijn geweest, krijgt in het Belgie van na-Dutroux een extra lading. Dat maakt Eros en de eenzame man tot een confronterende ervaring.