'De mensen hier zijn wisselvallig als het weer', vindt Mokhallad. Dan regen, dan wind, dan weer zon, elke dag is anders. Maar in Irak, werpt Kuno tegen, is het altijd heel erg warm, en daar zijn de mensen toch ook niet altijd hetzelfde, daar zijn ze toch ook wisselvallig. Mokhallad knikt: 'Ja, natuurlijk!'
Kennelijk is dat voor hem helemaal geen contradictie. Het is een van de vele, kleine woordenwisselingen tussen twee theatermakers, de een Nederlander, de ander een van oorsprong Iraakse Belg, die een briljante vorm hebben gevonden om de verschillen in temperament en taal te laten zien én te overbruggen. Na elke scène omhelzen ze elkaar.
De verse tijd – de titel doet niet voor niks denken aan 'diversiteit'– is een coproductie van Dood Paard met het Vlaamse Toneelhuis. De acteurs leerden elkaar een paar jaar geleden kennen toen Rasem meespeelde in Othello (Bye Bye) van Dood Paard. Ze wonen allebei in Antwerpen en spraken elkaar veel onderweg. Gesprekken over hun namen, hun afkomst, de liefde, angst, kunst en dood. Over eenzaamheid en oorlog, maar ook over de smaak van eten en het belang van kruiden, kortom: de kleine en grote thema's van het leven. Die korte en lange gesprekken hebben ze uitgekristalliseerd tot prachtige, geserreerde dialogen, waarin de verwondering overheerst. Als twee komieken bespelen ze de zaal. Vaak gaat het over taal. Kuno ('Nee, niet Koeno, het is Ku-no) krijgt op zijn beurt Arabische les. Erg geestig hoe hij er totaal niet in slaagt om de voor Europese strottenhoofden complexe Arabische klanken te vertolken. Kuno corrigeert af en toe nog het Nederlands van zijn collega. Het is niet 'verliest', maar 'verloren', legt hij uit. Maar Mokhallad vindt 'verliest' beter klinken, poëtischer. Het begrip 'poëtisch' vormt een stokpaardje voor Mokhallad, die anders dan de verbale Kuno vooral in beelden denkt. 'Niet benoemen' is een belangrijke afspraak; het moet niet te concreet worden. Voor Mokhallad is een moeder bijvoorbeeld een boom, omdat die beschutting biedt; voor Kuno is een moeder de zon, die warmte schenkt. Hilarisch is het gesprek over schaamhaar, waarover Kuno gemakkelijk praat maar waarbij Mokhallad zijn gezicht verbergt achter een grote plant. Beide hebben ze hun gevoeligheden die telkens weer worden opgelost in een warme knuffel.
Het decor bestaat uit een constructie met touwen, waaraan grote lappen bevestigd zijn die op de vloer liggen. In de slotscène worden die omhoog getakeld, een choreografie van doeken die hokjes verbeelden die in elkaar overgaan. Intussen klinkt een Arabisch lied, dat verandert in een cellosonate van Brahms en weer terug. De verse tijd is een mooie voorstelling van twee mannen die hun verschillen niet verbloemen maar liefdevol aftasten en die zoeken naar de momenten waarop hun levens elkaar raken en verrijken.