De deuren van de vijf huisjes zijn te smal, te laag of juist absurd breed. De bewoners moeten diep bukken of zich letterlijk naar binnen wurmen. Verder zijn het gewone huisjes, bijna zoals een kind ze tekent: deur, raam ernaast, schuin dak en bovenin twee kleinere raampjes.
In Bambie 15 gaat het over hebben of niet hebben. 'Een stuk over mijn en dijn' is de ondertitel, hard nodig omdat de groep zich vanaf het begin, zo'n vijftien jaar geleden, heeft aangewend om haar voorstellingen door te nummeren.
Die deuren zijn prototypisch voor de werkwijze van het gezelschap, waarin ergens iets aan de haal gaat met de alledaagse werkelijkheid.. Daardoor ontstaat een heel eigen vorm van curieus, vindingrijk, associatief en fysiek theater dat haar wortels heeft in de mime. Weinig tekst, veel visuele grappen en een onnavolgbare, slapstickachtige stijl waarin met name Paul van der Laan excelleert. Of hij nu een clownsneus opzet, zich schminkt of zonder hulpmiddelen op het podium staat, hij is een van die acteurs die met bijna niks een wereld tevoorschijn kan toveren. Ook de andere acteurs weten overigens raad met het specifieke Bambie-idioom. Het begint met een verjaardagsfeestje waar de gasten al verwachtingsvol klaar zitten, de presentjes in de hand. De jarige jop wordt gefêteerd op steeds curieuzer gebruiksartikelen, die al snel leiden tot jaloezie bij de aanwezige gasten. 'Asjeblieft, mag ik je nieuwe geribbelde thermoskan even vasthouden?' smeekt het meisje (Carola Bärtschiger), 'ik wil ook zo graag iets dat vijf uur lang warm houdt'. De onbeholpenheid en de al dan niet gemeende hartelijkheid bij het ritueel 'geschenken geven' is maar al te herkenbaar. Al gauw loopt het stevig uit de hand en ontstaan er twee partijen, door een bak coniferen streng van elkaar gescheiden. Wanneer een van de partijen na de nodige schermutselingen, schijngevechten en woeste achtervolgingen vrijwel alle cadeaus heeft ingepikt, reageren de verliezers slim. Ze geven ook hun kleren nog weg. Leve de bezitloosheid. Wie werkelijk vrij wil zijn, moet zonder al die rommel kunnen. Toch?
Platvloerse knokpartijen gaan hand in hand met een poëtische choreografie, waar de grote thema's voortdurend doorheen schemeren. Hoe belangrijk is het hebben van een huis, een tuintje met een hek eromheen, een thermoskan, een vrouw of een man? Wat is de prijs die je bereid bent te betalen voor (schijn-) zekerheden? En waaróm willen we eigenlijk steeds meer hebben?
Droogkomisch is de scène waarin de ene acteur het publiek ondervraagt over de betekenis van geld, terwijl de ander, verkleed als boef en voorzien van een gevaarlijk mes, dreigend om hem heen loopt. Zo zijn er veel meer scènes waarin het steeds gaat om de hebzucht in al haar aantrekkelijke dan wel weerzinwekkende kanten. Geestig, vrolijk en af en toe hilarisch.