Verwoed beuken de spelers op de deuren van de gigantisch brede vitrinekast waaromheen zwart plastic hen gevangenhoudt. Uiteindelijk scheurt het plastic, om de vijf personages van Andromache te bevrijden. Een ijzersterk openingsbeeld (van Marc Warning) van de nieuwe voorstelling van Olivier Diepenhorst die bij Toneelschuur Producties inmiddels al zijn vijfde productie maakt, na onder andere Smekelingen en Het leven is droom. Diepenhorst heeft een grote liefde voor taal en voor deze voorstelling maakte Herman Altena een mooi uitgegeven nieuwe vertaling van Racines tragedie Andromache (1667).
Het is geen gemakkelijk stuk ondanks de fraai klinkende volzinnen, de strakke cadens en het eloquente taalgebruik. Het vereist enige voorkennis om de personages te kunnen duiden. Kijk dus vooral van tevoren even naar de animatie die Toneelschuur Producties maakte om de complexe relaties uit de doeken te doen. De samenvatting klinkt als een soort supersoap: Orestes houdt van Hermione, Hermione houdt van Pyrrhus, Pyrrhus houdt van Andromache, Andromache houdt van Hector – en Hector is dood.
Iedereen is verliefd op de verkeerde dus en dat zou gemakkelijk kunnen leiden tot een hilarisch stuk vol dwaze misverstanden en heerlijk pijnlijke situaties. Daar is geen sprake van bij Racine. Het is één grote tragedie, uitgesponnen in lange monologen en dialogen, waarin de liefdesperikelen uiteindelijk tot frustratie en moord leiden. De vier hoofdrolspelers zijn stuk voor stuk gewond geraakt door de Grieks-Trojaanse oorlog, aangeslagen, verteerd door woede en wraakgevoelens; gebutste zielen die alleen door het najagen van hun liefdesverlangens nog enigszins zin aan hun bestaan lijken te kunnen geven.
De keuze voor de vitrinekast als centrale plek levert vrij statisch toneel op. Een voor een komen de personages uit hun eigen deur in de vitrinekast om er als hun scène is afgelopen weer in terug te stappen, als toeschouwers bij hun eigen drama. Alsof ze etalagepoppen zijn of museumstukken. Dat creëert een vervreemdend effect en maakt de voorstelling afstandelijk. Het decorontwerp is in deze voorstelling nogal bepalend; de regisseur krijgt als het ware een strak korset aangetrokken. Net als de spelers trouwens (kostuumontwerp Nicky Nina de Jong) die om het middel zijn ingesnoerd in diverse varianten van het korset. Naast die ingetogen strakheid wordt met accenten van frivool kant bij elke speler ook de zachtheid en de erotiek van de personages onderstreept.
De cast is ijzersterk: Roeland Fernhout (Pyrrhus), Kirsten Mulder (Andromache), Ellen Parren (Hermione) en Matthijs IJgosse (Orestes). Steven Ivo speelt diverse rollen als vertrouweling en voegt als percussionist een muzikale laag toe. Vooral in het tweede deel van de voorstelling krijgen de acteurs meer bewegingsvrijheid en komt er wat meer lucht in de scènes. Petje af voor de soepele wijze waarop ze de lange volzinnen laten meanderen. Toch overheerst het gevoel dat het keurslijf van Racines taal in combinatie met het dwingende decorconcept de bewegingsvrijheid van de regisseur en de acteurs teveel in de weg staat.