Als twee boksers in de ring staan de mannen tegenover elkaar: de schlemielige Frank Vercruyssen, met hangende schouders, de blik naar beneden gericht en met de vuisten af en toe hulpeloze boksbewegingen makend en Damiaan De Schrijver, door zijn forse postuur al in het voordeel en met zijn onverwachte woede-uitbarstingen de ander nog verder in het nauw drijvend.
De meeste scènes van het centrale deel van Of/Niet spelen zich af in het midden van de kale ruimte. Stan bewerkte twee toneelklassiekers voor deze nieuwe voorstelling waarin de vier belangrijkste leden voor het eerst in bijna tien jaar weer samen spelen. Centraal staat het stuk Relatively Speaking (1961), hier beter bekend als Slippers van Alan Ayckbourn; eromheen worden fragmenten uit Party Time gespeeld van Harold Pinter, een wrange schets van westerse rijkelui in een privéclub die zich amuseren terwijl voor de deur een oorlog woedt. Helemaal tot zijn recht komt Pinter niet; Slippers daarentegen is in de typische Stan-stijl een feest om naar te kijken. De voorstelling is inmiddels genomineerd voor het uit de as herrezen theaterfestival.
De acteurs komen op met plastic zakjes in de hand, waarin zich de schaarse rekwisieten blijken te bevinden: wat sprieten gras en een plantje om de mooie Engelse tuin van het echtpaar Sheila en Philip te verbeelden; een paar wijnglazen en borden om de lunch in de woonkeuken te markeren. De acteurs die niet aan de beurt zijn zitten rustig aan de kant met een flesje spa en maken zich gedienstig door als deurbel of telefoon te fungeren. Minimale middelen met maximaal resultaat.
De plot van het verhaal is ingenieus en berust vooral op persoonsverwisselingen: doordat de een denkt dat de ander iemand anders is dan hij/zij is, stapelen de misverstanden zich op. Slippers is dé klassieke klucht vol misverstanden over ontrouw en vreemdgaan. De Schrijver is weergaloos als de verstrooide oudere man des huizes die van het ene moment op het andere overschakelt in vulkanische woede-uitbarstingen; Vercruyssen doet weinig voor hem onder als de bedeesde Greg en ook de twee vrouwen spelen met kennelijk plezier. Het spel geeft alle ruimte aan de komische verwikkelingen, al komt de wrange afdronk van Harold Pinter's tekst niet helemaal uit de verf.