Actueel is De ziekte die jeugd heet zeker. In een tijd waarin de kranten bol staan van het zinloze geweld zowel op straat als aan de zogenaamde gezelligheidsverenigingen van de universiteit, is een stuk over de problematiek van jongeren uitstekend op zijn plaats.

De ziekte die jeugd heet, geschreven door Ferdinand Bruckner in 1929, is een echte klassieker; hij schetst een indringend beeld van de desperate jeugdkultuur in het burgerlijke Wenen van vlak na de Eerste Wereldoorlog. In de enscenering van Peter de Baan is gekozen voor een nogal tijdloos sfeerbeeld. Een bruine tegelvloer met als enig meubelstuk een chaise longue vormt het decor; gazen gordijnen bieden een afscheiding naar een slaapvertrek daarachter. In het huis dat de net afgestudeerde Marie deelt met Desiree is het een komen en gaan van vrienden en bekenden. Desiree lijdt aan het leven, al heeft zij ogenschijnlijk alles mee: ze is mooi, intelligent en van adel. "Iedereen zou zich op zijn zeventiende voor z'n kop moeten schieten", vindt zij. Haar dagen brengt zij liefst door in bed, op zoek naar de warmte die ze als kind vooral in bed vond, dicht tegen haar zusje aan, elkaar verhalen vertellend. Marie is nuchter en vitaal, maar raakt haar zekerheden kwijt als haar vriend die ze jarenlang heeft onderhouden, er van door gaat met een ander. Freder, type eeuwige student, manipuleert alles en iedereen. Hij verleidt het dienstmeisje Lucy en stuurt haar als hoer de straat op.

In haarscherpe dialogen schetst Bruckner een generatie die vergetelheid zoekt in drank, seks en machtsspelletjes. Een mooi en lucide toneelstuk is het in potentie, maardoordat de regie geen duidelijke keuze heeft gemaakt om het stuk oftewel naar het heden te trekken dan wel om het duidelijk in het verleden te laten spelen, blijft het spel hangen in quasi-realisme. De acteurs lijken als algehele grondhouding de instructie doe maar gewoon dan doe je gek genoeg' te hebben meegekregen, waardoor de verbeelding op geen enkele manier geprikkeld wordt. Het spel is bovendien erg wisselend van kwaliteit, maar eigenlijk slaagt niemand erin door die basistoon heen te prikken. Sommige scenes zijn ronduit pijnlijk, bijvoorbeeld de scene waarin Marie uit jaloezie Irene met haar haar vastzet onder een poot van de chaise longue. En Irene maar spartelen, beide beentjes in de lucht! Op andere momenten wordt het spel veel te vet aangezet, zoals wanneer de melancholieke Desiree, met een snik in haar stem zegt: "Ik denk dat wij levenslang vreemden blijven."

De personages raken je op geen enkel moment. Er blijft niks te raden over, alles wordt keurig ingevuld, zodat elk gevoel van mysterie en tragiek totaal wordt gesmoord.