Ifigineia is tegen het eind volkomen murw van alle schijnbewegingen en onderhandelingen over haar toekomstperspectief. Ze is naar het eiland Aulis gelokt onder het voorwendsel van een huwelijk met de Griekse held Achilles, maar de ware reden komt al gauw boven water: zij moet worden geofferd aan de godin Diana om het Griekse leger ( en in het bijzonder haar vader Agamemnon, de operbevelhebber) te redden van de ondergang. Traag trekt de vermoeide Ifigineia haar kleren uit en vouwt ze zo netjes op alsof ze nog jaren meemoeten, alsof zij helemaal niet gaat sterven zo meteen. Ze is volkomen bereid haar nek op het offerblok neer te leggen.
Het treurspel Ifigineia in Aulis is in 1674 geschreven door Jean Racine en voor het laatst in het Nederlands vertaald in 1808, door Vrouwe Katharina Wilhelmina Bilderdijk. De trage verzen in uiterst bloemrijke taal blijken nog heel goed speelbaar door de verrassend soepele tekstbehandeling. Ivar van Urk en zijn acteurs moeten lang bezig zijn geweest om uit de lange tijd onspeelbaar geachte tekst een verfrissend en bij vlagen boeiend stuk te persen. Een gedeelte van het geheim schuilt in de snelheid waarmee de tekst wordt gezegd, zonder dat dat ten koste gaat van de helderheid, gedeeltelijk in het leggen van de nadruk op essentiele woorden en (soms wat te) gebaren. Gaandeweg word je meegesleept in het treurspel dat overigens blij eindigt, althans voor Ifigineia.
Het begint allemaal wanneer haar vader Agamemnon, opperbevelhebber van het Griekse leger, te horen krijgt dat er pas weer een gunstige wind op zal steken voor de al maanden op het eiland Aulis vastzittende Grieken wanneer hij zijn dochter ten offer brengt. Een verschrikkelijk dilemma: als opperbevelhebber kan hij zijn leger niet in de steek laten zonder zijn goede naam te verliezen, maar een dochter offeren is wel een heel hoge prijs. Met een list lokt hij Ifigineia naar Aulis en dan begint een lange reeks confrontaties en afwegingen. Op en af vliegen de personages door de vele deuren die het decor vormen. De moeder smeekt, Achilles dreigt, Agamemnon zucht en Ifigineia zelf blijft wonderlijk kalm onder alle commotie. De nadruk ligt, in elk geval in deze bewerking, op het opportunisme: het lijkt alsof iedereen -behalve het slachtoffer- meer wordt gedreven door praktische overwegingen van kleinburgerlijke aard dan door diepe gevoelens of gedachten over de tragiek van het hele gebeuren. Agamemnon ziet er uit als een snelle zakenman met zijn keurige pak en brillcream-haar, de bronstige Achilles heeft zijn witte overhemd ver opengeknoopt en Ifigineia draagt een keurig donkerblauw mantelpakje. Met humor en een no-nonsense speelstijl (een enkel hartgrondig kut' relativeert de gekunstelde taal) brengt Het Oranjehotel een verfrissende bewerking van Ifigineia in Aulis. Nadeel van deze opgewekte stijl is dat het drama er wat door naar de achtergrond verdwijnt.