De haan kraait, het varken knort en de man is wanhopig op zoek naar een vrouw. In de voorstelling Varkensvrouw hebben de dieren het beter voor elkaar dan de mensen. Varkensvrouw is zelfs bij de varkens gaan wonen en, al loopt ze nog rechtop en draagt ze gewone mensenkleren, praten doet ze niet meer. In plaats daarvan knort ze af en toe tevreden.
Op de drie boerenknechten die uit een belendende schuur komen getuimeld, oefent ze een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Hun gedrag houdt het midden tussen dat van Engelse kostschooljongens die veel te lang opgesloten hebben gezeten en dat van kalveren met de lente in hun kop. Schuchter, zich om beurten achter de ander verschuilend, proberen zij hun latente driften vergeefs in toom te houden. Wanneer een vierde jonge man op het toneel verschijnt, deftiger gekleed in een kniebroek met lange kousen en glimmende schoenen met gespen, gedragen de drie zich aanvankelijk agressief. Je vermoedt een tegenstelling tussen de rijkeluiszoon en de boerenknechten die echter verderop in de voorstelling niet wordt uitgewerkt. Het grootste deel van de voorstelling verdwijnt het fatje achter de piano, terwijl de drie boerenjongens zo nu en dan in fraaie zang losbarsten.
Als er een dame van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees op het erf verschijnt, levert dat weliswaar een vaag gevoel van dreiging op, maar echt uitgewerkt wordt ook dat niet. Integendeel, de aanvankelijk in een streng wit quarantainepak gestoken inspectrice wordt langzamerhand van haar strengheid en haar kleding ontdaan door de drie jongens. Aan het slot komt zit iedereen bij een vuurtje heerlijk een maiskolf op te peuzelen.
Hoewel er best wat te lachen valt om die malle jongens en de inspectrice een mooi komisch nummer maakt van haar verschijning, kleven er enkele elementaire problemen aan de voorstelling. Het idee erachter wordt niet helder. Vinden de makers dat varkens beter af zijn dan mensen? Het wordt niet duidelijk. Wordt er een parabel geschetst of een satirische kijk op hoe wij mensen met elkaar omgaan? Hier en daar zijn wel wat aanzetten te vinden, maar nergens wordt echt iets uitgewerkt. Meer dan wat kolderieke baltsdansen en vage verwijzigingen naar iets zo realistisch als de varkenspest, krijgen wij niet te zien. Daar komt nog bij dat het in de voorstelling ontbreekt aan een dramatische spanningsboog. Waarom de personages zich gedragen zoals ze zich gedragen, het is een raadsel en waarom deze voorstelling nu eigenlijk gemaakt is, dat is na afloop eveneens een grote vraag gebleven.