Al na een paar minuten, slaat de twijfel toe. "Ik had het me anders voorgesteld. De zee is zo groot...", zegt de vrouw. Heel even hebben de man en de vrouw in harmonie bij elkaar gestaan, hand in hand, gelukkig met elkaar en met hun nieuwe huis. Dan begint de onrust en de twijfel te knagen: er klinkt een geluid, een vage dreiging wordt voelbaar.

De Noorse toneelauteur Jon Fosse is een meester in het oproepen van enigszins onheilspellende werelden, zoals in Een zomerdag dat hier vier jaar geleden te zien was in de veelgeprezen regie van Olivier Provily. De Noorse fjorden vormen de achtergrond waar zijn eenzame helden en heldinnen zich terugtrekken, vergeefs op zoek naar rust en geborgenheid. Zijn teksten, of het nu proza is of toneel, scharnieren ergens tussen absurdisme en realisme in, waardoor zijn sombere wereldbeeld vaak ook geestige momenten oplevert.

Er gaat iemand komen (1994) is zijn toneeldebuut dat nu voor het eerst in Nederland gespeeld wordt. Het is een korte toneeltekst waarin herhaling het opvallendste stijlkenmerk is. Telkens opnieuw worden de korte zinnen gezegd: " Jij en ik, samen alleen, in ons eigen huis." of "Ik voel het. Er gaat iemand komen...".

Als er inderdaad een derde persoon opduikt - een wat onnozele buurman wiens oma de voormalige bewoner van het huis was -, worden de latente angsten en twijfels bij het echtpaar snel manifest.

Een intrige van niks en minimale variaties in de sobere tekst: dat doet een groot beroep op het spel van de acteurs en op de regie, in dit geval van Alexandra Koch. Het gevoel van dreiging moet bij de toeschouwers worden overgebracht met een enkele blik, een lichte stembuiging, een subtiele beweging.

Koch heeft haar acteurs weinig materiaal gegeven om die spanning te versterken. Het decor is sober: houten coulissen, een houten bankje voor de buitenscènes en een houten keukentafel voor binnen; het licht is sober, er klinkt geen muziek. De acteurs zeggen hun tekst met gevoel; je kunt merken dat er hard geploeterd is om die schaarse woorden zoveel mogelijk zeggingskracht mee te geven, maar aan het eind overheerst toch het gevoel: te weinig, te kaal, te minimaal.