Zij is een keurige mevrouw uit de provincie. Ze trekt haar wandelschoenen aan omdat ze heeft besloten te lopen naar het ziekenhuis waar de specialist haar zal vertellen of ze de Gevreesde Ziekte heeft of niet. Zelfs dan heeft ze een tasje bij zich met daarin haar nette schoenen: pumps met hele hoge hakken. Als ze een winkelhaak in haar vest krijgt onderweg, wil ze eigenlijk iets nieuws gaan kopen, want zo kan ze de dokter toch niet onder ogen komen. Zo'n mevrouw.
Hij is cabaretier, ooit veelbelovend, maar tegenwoordig slijt hij zijn dagen in een berenpak, om het wachtende publiek te amuseren in een landelijk pretpark. Allebei hebben ze een flink eind gelopen in de Limburgse bossen wanneer ze elkaar ontmoeten op een bankje.
Ger Thijs schreef zijn nieuwe toneelstuk De Kus op het lijf van steracteurs Carine Crutzen en Huub Stapel. Het is een mooie, subtiele tekst waarin ondanks de zware thematiek van twee in nood verkerende zielen veel humor zit.
In zes korte taferelen krijgen we een goed beeld van de twee vijftigers. Na een aarzelend begin vertellen ze elkaar over hun leven, zoals mensen soms openhartig kunnen zijn tegen vreemden die ze hoogstwaarschijnlijk daarna nooit meer zullen zien. Zeker op een moment als dit: voor beiden een crisisachtige situatie. Voor haar wacht om vier uur de afspraak met de specialist die de uitslag van de scan bekend zal maken: een kwestie van leven of dood. De man gaat een confrontatie aan met zijn geknakte zelfbeeld: de dromen zijn niet waargemaakt en hoe moet het nu verder? Het portret van de vrouw wordt duidelijker uitgewerkt dan dat van hem. Voor haar werkt de ontmoeting, hoe het ook afloopt met haar lichamelijke toestand, absoluut als een catharsis. Ze wordt door de man genadeloos geconfronteerd met haar zwakke kanten en haar leven zal, hoe het dan ook uitpakt met die uitslag, nooit meer hetzelfde zijn.
Het is een uiterst eenvoudige voorstelling: twee mensen op toneel, een houten bankje en op de achtergrond een wand van panelen waarop wolkenluchten in allerlei kleurschakeringen te zien zijn. De kracht ligt in de tekst waarin elke zweem van melodrama voorkomen wordt door de geestige opmerkingen en verwikkelingen, uitstekend getimed en door het Leidse premièrepubliek dankbaar ontvangen. En natuurlijk in de acteurs: Carine Crutzen is kwetsbaar, ontroerend en ook af en toe vilein; Huub Stapel charmant, verleidelijk, schmierend en lekker uit zijn dak gaand. Geweldig hoe hij een reiger nadoet of zich inleeft in 'die arme Berend', de echtgenoot van de vrouw.
Het zijn twee mensen van wie je gaat houden. Na afloop wil je eigenlijk wel heel graag weten hoe het hen verder vergaat.