Van de liefde en van de dood hebben ze nog nooit gehoord. Een heleboel andere woorden kennen ze inmiddels, ultramarijn, ontegenzeggelijk, zwaar water, maar wie kan ze leren wat liefde is? Of dood?

In Gepamperd en gepeperd staan twee kleine meisjes centraal, kleuters nog, op het punt de wereld te ontdekken. Het stuk vormt het vierde en laatste deel van de door Carla Mulder opgezette reeks over vrouwenvriendschappen: oude vrouwtjes in Spes Bona, vijftigers in Onbewaakte Overgang en pubers in Pure Passie een horror. De stukken zijn gebaseerd op teksten van Ko van den Bosch en Toon Tellegen. Grotere tegenstelling is nauwelijks denkbaar dan tussen deze twee auteurs: Toon Tellegen, met zijn lichte, onnadrukkelijke toon, schrijft filosofische verhalen waarin de verwondering over de wereld een grote rol speelt; Ko van den Bosch stort lawines van woorden uit die getuigen van een gehavende en verscheurde wereld.

In Gepamperd en gepeperd staan tegenover de kleine meisjes de moeders oftewel tegenover de lichtheid van Tellegen de zwaarte van Ko van den Bosch. Dat is een spannend experiment dat verrassend goed verloopt, al is de logica in de dramatische lijn zo nu en dan ver te zoeken. Door de absurdistische stijl is dat geen groot bezwaar.

Het stuk wordt gespeeld door Debbie Korper en Carla Mulder. Eenvoudig door hun witte meisjeskniekousen uit te trekken en pumps aan, transformeren ze in moeders. De tegenstelling tussen de kleine meisjes en de moeders is groot. De moeders zijn ongelukkig en afgetobd. Quality time, constateren ze, is er altijd alleen voor de anderen. Moeders offeren zich op en kwijnen weg. Ze praten op een zeurtoon en al vroeg op de dag hebben ze behoefte aan wat sterkers dan koffie. Debbie Korper en Carla Mulder houden elkaar mooi in evenwicht, Debbie als de slachtofferachtige mevrouw Geurtjes en Carla als de stevige madame.

Ook als meisjes weten ze te overtuigen, ze zijn ontroerend in hun ernst. Samen zitten ze op een bankje. Hun moeders zijn ver weg en onbereikbaar en om een antwoord op hun vragen te vinden, moeten ze op reis. Door om en om de kinderen en de moeders te laten zien, (die er dus wel degelijk zijn, maar niet voor hen) wordt de eenzaamheid benadrukt.

Moniek Merkx geeft in haar regie de voorstelling vaart en humor mee. Zo ontstaat een voorstelling die ondanks de grote verschillen in stijl en de curieuze dramatische wendingen weet te overtuigen. Om met Ko van den Bosch te spreken: een compacte Griekse tragedie in het schuurtje van een doorzonwoning.