Om beurten komen ze binnen schuifelen, de vier kinderen Valckeniers met hun aanhang. Vader ligt op sterven in de achterkamer en het ziet ernaar uit dat het einde niet lang op zich zal laten wachten. Vadria is een voorstelling over de spanningen tussen de familieleden die, zoals vaker rond een sterfbed, hoog oplopen. De voorstelling is van hetzelfde duo (Eric de Volder en Dick van der Harst), dat vorig jaar Diep in het bos maakte, een bejubelde voorstelling die genomineerd werd voor het Theaterfestival 2000 en de Oce Podiumprijs 2000.
In Vadria is de groteske speelstijl van Eric de Volder nog extremer geworden. De auteurs zijn geschminkt als personages die uit een schilderij van James Ensor lijken weggelopen: zwaar aangezette ogen en monden die nauwelijks nog iets van mimiek mogelijk maken. De vrouwen dragen lange jurken en lopen statig, alsof ze in een Griekse tragedie thuishoren; de mannen hebben flodderige jassen en afgedragen pakken aan, die eerder een armoedig arbeidersmilieu jaren zestig suggereren. Het spel is al even grotesk en hoekig; elk realisme wordt geschuwd; vaak wordt een herkenbare emotie meteen tegengesproken door een tegendraadse beweging. Die speelstijl, gevoegd bij het Vlaamse dialect, maakt de voorstelling niet altijd gemakkelijk te volgen. De taal van Eric de Volder is poëtisch, vaak worden woorden herhaald of leiden via klankassociaties tot vreemde rijmpjes.
/De muziek van Dick van der Harst sluit daar naadloos bij aan. Soms zingen de spelers zonder begeleiding, zoals in het openingslied Vader die is dood; soms gaan de dialogen door de ritmiek en klankherhalingen langzaam over in zang; soms is er eenvoudige begeleiding van een gong die de rituele sfeer van afscheid nemen van de dode treffend weergeeft
De stilering is doorgetrokken tot in het extreme, ook in de mise en scene. De tien acteurs, waaronder drie kinderen, bewegen met een vreemde motoriek; iedereen heeft zijn eigen afwijking. De een loopt scheef, de ander schuift over de vloer, een derde sleept met een been. Om de living'
(een houten vloer) heen liggen grijze banen die de gangen van het vaderlijk huis suggereren en waar voortdurend doorheen wordt gebeend.
De extravagante grime, de bizarre kostuums en de choreografische aanpak van de mise en scene levert al met al een fascinerende mix op van beeldend theater. Meer dan ooit is duidelijk dat De Volder van oorsprong een beeldend kunstenaar is: het portret van de oer-Vlaamse familie Valckeniers wordt met grimmige, grove streken geschilderd. Vadria is expressionistisch muziektheater waarin Eric de Volder lijkt te experimenteren met uitersten: met elementen uit de Griekse tragedie, met protestantse koorzang, met kerkrituelen, met het Japanse kabukitheater, met sprookjeselementen en met pure slapstick.