'Het wordt een mooie avond. Het wordt een prachtig feest.' Vanaf het moment dat hij vooral zichzelf alsmaar probeert te overtuigen van het succes van het feest dat hij aan het voorbereiden is, weet je al dat het niet goed gaat aflopen. Jörgen Hofmeester schenkt zichzelf het ene glas wijn na het andere in, in afwachting van de komst van zijn voor haar eindexamen geslaagde dochter Tirza. Hij is de eigenlijke hoofdpersoon uit Tirza, de succesvolle roman van Arnon Grunberg, die nu voor toneel is bewerkt.

Jörgen Hofmeester is het levende voorbeeld van de anti-held. In de loop van het stuk raakt hij alles kwijt wat hij bezit: bij de uitgeverij waar hij als redacteur werkt, wordt hij ontslagen en hij brengt zijn dagen door op Schiphol waar hij af en toe net doet of hij iemand uitzwaait; met zijn ex heeft hij een getroebleerde verhouding; zijn spaarcentjes zijn door foute beleggingen in het niets opgelost en zijn oudste dochter Ibi is ver weg gaan wonen in Frankrijk. De enige voor wie hij nog leeft is zijn jongste dochter Tirza (gespeeld door Sophie van Winden), zijn 'zonnekoninginnetje'. Wanneer zij thuiskomt met een buitenlandse vriend, Choukri, slaan bij Hofmeester alle stoppen door.

De toneelbewerking van Sophie Kassies is vrij fragmentarisch. De meeste personages en gebeurtenissen komen voorbij in de vorm van korte een-tweetjes of door middel van videofragmenten. In feite is de voorstelling één lange monologue intérieur van Jörgen, af en toe onderbroken door korte dialogen met (vooral) zijn vrouw en met Tirza. Kees Hulst speelt de rol van Jörgen Hofmeester voorbeeldig. Hij is precies de wat harkerige, keurige man die het goed bedoelt en die geen vlieg kwaad zou doen. Toch maakt hij vanaf het begin de onderhuidse agressie voelbaar die er in Hofmeester schuilgaat. Aanvankelijk werkt dat droogkomisch maar na een tijdje, als het leven meer en meer tegenslag biedt, vergaat het lachen je wel. Voor relativering zorgt Ariane Schlüter dan wel weer die een heerlijk ordinaire echtgenote speelt.

Hofmeester klampt zich zo desperaat vast aan het geluk dat hij voor zijn jongste dochter ambieert, dat elke huis-, tuin- en keukenpsycholoog kan voorspellen dat het niet goed af kan lopen. De voorstelling is minder gruwelijk dan het boek, waarin de hersenspinsels van de steeds pathologischer Hofmeester een symbolische waarde krijgen. Bij Grunberg is de absurditeit onderworpen aan een ijzeren logica die iedereen lijkt aan te gaan. In de verzorgde regie van Johan Doesburg blijft de dreiging beperkt tot de hoofdpersoon.