Halverwege de zoektocht is er nog hoop: Maria kan nu elk moment verschijnen. Maria van Dam is het dwaallicht, waarnaar hoofdpersoon Laarmans op zoek is, vergezeld door drie matrozen uit Afghanistan. Dwaallicht (1947) is een novelle van Willem Elsschot (die van Kaas, Lijmen en Het been), in 1983 al eens gespeeld door het Volk in een regie van Wanda Reisel en nu, ruim dertig jaar later, hernomen.
Het verhaal heeft niet veel om het lijf: Laarmans is een brave burgerman, die op weg naar huis ('aan het mijmeren midden in de motregen') wordt aangeklampt door drie vreemdelingen, die op zoek zijn naar een meisje dat ze hebben ontmoet op de boot. Hij besluit hen de weg te wijzen en wat volgt is een dooltocht door nachtelijk Antwerpen. Onderweg komen ze een aantal randfiguren tegen die het er allemaal
niet gemakkelijker op maken.
Alle personages worden gespeeld door de twee acteurs, Bert Bunschoten en Wigbolt Kruijver. Ze beginnen en eindigen beide als Laarmans, identiek gekleed in kantooruniform: regenjas, gekamd haar en aktetas. Mooi is die verdubbeling, de ambiguïteit van Laarmans wordt zo duidelijk: enerzijds een angstige, in en in burgerlijke kantoorman en huisvader, anderzijds een naar avontuur smachtende ziel. In een proloog wordt het beroemde gedicht Het huwelijk geciteerd, waarin die gespletenheid onnavolgbaar mooi en vreselijk wordt verwoord. 'Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid die niemand kan verklaren (…)'
Om beurten spelen ze de andere personages: de krantenverkoopster die vreemdelingen maar eng vindt, een puzzelende politieagent, een louche barkeeper. Ze zijn allebei erg goed in het doen van typetjes: met minieme accessoires, een paar oorbellen of een pijp, transformeren ze voor je ogen. Veel verder dan typetjes komen ze ook niet omdat het drama in feite ontbreekt. De gebeurtenissen zijn minimaal, het is vooral de literaire kwaliteit van Elsschots taal vol weemoed en weerzin die de voorstelling bepaalt.