Terwijl het publiek de plaatsen opzoekt, lopen de twee acteurs luidkeels door elkaar heen te praten. Ze beschrijven de herkomst van de vele decorstukken: het Perzische tapijt op de voorgrond is pasgeleden nog gebruikt in India Song van Het Zuidelijk Toneel; de telefoon is afkomstig van Last Tango, een voorstelling van Steven Van Watermeulen die een paar jaar geleden in premiere ging in deze zelfde Toneelschuur. "We drinken Stella want we spelen vanavond Stella.", legt Van Watermeulen uit en hij proost naar het publiek.
Stella (1776) is een klasieker van Goethe, een tekst die tien jaar geleden de basis vormde voor De Vrouw met de Blauwe Ogen, een van de allereerste voorstellingen die De Roo en Van Watermeulen samen maakten, nog op het Conservatorium in Antwerpen. In december heeft Stan haar tienjarig bestaan uitbundig gevierd met een drietal nieuwe voorstellingen waarvan Stella deel uitmaakt.
Een bijzondere mix tussen afstand en inleving vormt een van de belangrijkste ingredienten van de Stanstijl en ook deze voorstelling is daar een geslaagd voorbeeld van. De acteurs respectievelijk bewerkers hebben een aantal fragmenten uit de oorspronkelijke tekst van Goethe gedistilleerd die ze spelen, maar vooral ook becommentarieren. Het verhaal gaat over een driehoeksverhouding van een man en twee vrouwen en Goethe zelf maakte er al twee versies van: een met een goede en een met een fatale afloop. Sara De Roo vertegenwoordigt vooral het onvoorwaardelijk geloof in de absolute liefde; het personage van Steven heeft een wat sceptischer kijk op de eeuwigheidswaarde van passie en hartstocht. Een bepaalde passage laat hij Sara echter nog eens herhalen wat oh! wat klinken die woorden prachtig uit haar mond! Toe nou, nog eens! De schoonheid is, hoe wankel het geloof in de absolute liefde soms ook kan zijn, altijd een troost, zo lijken de spelers te willen beweren. En met milde ironie wordt de pathetische kant van Goethe's in onze oren soms al te drakerige teksten getoond.
In sober ondergoed, hij in degelijk wit, zij in het zwart, zijn de spelers bij aanvang gehuld, toonbeelden van naakte onschuld. Dat past goed bij hun speelstijl: toneel zonder versiering, eerlijk, oprecht en letterlijk zo naakt als maar kan, zonder dat het meteen een seksuele lading krijgt. Na de proloog al huppelt Sara naar de kast vol kostuums en trekt een onderjurk aan. "Elke avond kleedt ze zich eerder aan", klaagt Steven. In de laatste scene tooien de acteurs elkaar met bizarre kledingstukken uit de verkleedkist. Speelplezier staat voorop in deze voorstelling waarin twee mooie acteurs overtuigend balanceren op het smalle koord tussen inleving en reflectie op hun eigen spel.