Artemis en Bambie / Anders is een hele normale Zweedse voornaam / Regie: Jetse Batelaan

Interview Jochem Stavenuiter

'Wat is de diepere betekenis?'

In Anders is een hele normale Zweedse voornaam is alles anders dan je denkt. In een goed uur toveren de drie acteurs een fascinerende nieuwe wereld uit een rommelhuis vol spullen. Een hilarische voorstelling waarin de verbeelding aan de macht is.

Het is de eerste keer dat theatergroep Bambie, in coproductie met Artemis, een voorstelling voor kinderen maakt, maar eigenlijk, zou je kunnen zeggen, zijn hun beeldende en absurdistische voorstellingen altijd geschikt voor iedereen met een beetje fantasie. Het begon met een simpel idee, vertelt Jochem Stavenuiter, die samen met Paul van der Laan de kern van Bambie vormt: "Hoe kun je ervoor zorgen dat de dingen er anders uitzien en anders voelen? Door ze anders te noemen."

En ja, waarom noemen we de dingen eigenlijk zoals ze heten? En waarom doen we de dingen zoals we ze doen? Het hele leven zit vol afspraken over de betekenis der dingen en over hoe we ons moeten gedragen. Wat als die afspraken er plotseling niet meer zijn?

In de voorstelling zie je drie verkleumde en ondergesneeuwde reizigers die in een verlaten oud huis vol spullen terechtkomen. Bij alles wat ze beetpakken, klinkt een stem die het voorwerp een naam geeft: alleen is die heel anders dat je dacht. Zo wordt een stoel een spijker, een fietsband een hamer en een boodschappentas een schilderij. Dat levert hilarische momenten op als iemand probeert het schilderij op te hangen. Of als Jochem zijn tanden gaat poetsen met een groene plastic handschoen (tandenborstel) met banaan (tandpasta). Dat is even grappig als verwarrend. Stavenuiter: "Voor kinderen is het een feest omdat zij meegaan in de fantasie en bovendien zo'n goed geheugen hebben– denk maar aan de spelletjes memory, die winnen ze altijd!"

Het ziet er gemakkelijk uit maar in werkelijkheid is er wekenlang gerepeteerd om het verhaal logisch -binnen het eigen, absurdistische universum dan – te laten voelen. De drie reizigers proberen grip te krijgen op de nieuwe staat der dingen. Na de aanvankelijke verbijstering, krijgen ze er steeds meer lol in. Maar dan moeten ze het wel met elkaar eens zijn natuurlijk: "Vooral met de constructie van 'wat moet waar en wanneer' zijn we, samen met eindregisseur Jetse Batelaan met wie we al eerder hebben gewerkt, heel lang bezig geweest."

De twee acteurs, aangevuld met Tessa Jonge Poerink, maken er een groot feest van. Ze transformeren ook zelf tot nieuwe personages: Van der Laan wordt een tovenaar, Stavenuiter een beeldige prinses ("Erg leuk om te doen, ik heb me laten inspireren door mijn dochter van vier") en Poerink een overtuigend strenge politieagent die in no time boeven achtervolgt alsof ze nooit anders heeft gedaan. Het leidt tot hilarische scènes. Maar het gaat ook weleens mis want er hoeft er maar één te zijn die niet meer gelooft in het spel en dan zijn de dingen weer wat ze eerst waren. Zo gaat Van der Laan op een gegeven moment gewoon op een stoel zitten, tot grote consternatie van de anderen (en van het publiek). Een stoel is immers een spijker!

Intussen roept een stem uit een koekblik af en toe, steeds wanhopiger: "Wat is de diepere betekenis hiervan?" Daar kunnen de grote mensen dan weer lekker lang over nadenken…

(Haarlems Dagblad, april 2022)