Een rek met drie rijen vrijwel identieke, bruine herenschoenen is het enige dat opvalt in de huiskamer van Karl. Zijn trots is een paar schoenen van vijfendertig jaar oud, handgemaakt en nog zo goed als nieuw! Een schoenveter die knapt, is voor hem een catastrofe.
Karl is een van de twee bejaarde broers die Thomas Bernhard ten tonele voert in zijn Schijn bedriegt. Het stuk is hier eerder te zien geweest, bij het Publiekstheater en bij Maatschappij Discordia en nu wordt het door Don Duyns geregisseerd met in de hoofdrollen Hans Dagelet als Karl en Dick van den Toorn als Robert.
In Schijn bedriegt toont Bernhard op de van hem bekende, meedogenloze wijze de nog maar heel beperkte wereld van de twee broers. Het stuk begint met een lange monoloog van Karl die in zijn flanellen ondergoed rondbanjert, in afwachting van het gevreesde bezoek van zijn broer. Op dinsdag en donderdag leggen zij bezoekjes bij elkaar af, voor hen allebei is dat nog het enige vaste patroon in hun leven en al zeggen zij elkaar te haten, zonder elkaar kunnen ze ook niet. Hun wereld is klein, de gesprekken een herhaling van zetten.
Karl is een gevierd variété-atiest geweest, een zogeheten 'bordenkunstenaar': maar liefst 23 borden gooide hij in een keer in de lucht! Robert is oud-acteur en al heeft hij ooit een mooie hoofdrol in Torquato Tasso gespeeld, zijn vurige wens om ooit nog eens 'Lear' te spelen, zal vermoedelijk wel nooit meer werkelijkheid worden. Verloren dromen en ambities, en de last van de ouderdom, daar gaat Schijn bedriegt over. De meeste vrienden en kennissen zijn dood en sinds Karls vrouw is overleden, zijn de twee broers alleen nog aan elkaar overgeleverd. "We zouden niet zolang moeten leven dat we onze leesbril nodig hebben voor het knippen van de teennagels", moppert Karl tegen zichzelf.
De kracht van Bernhard's teksten is vaak dat je, ondanks het feit dat hij de meest miezerige zeurpieten een aaneenschakeling van kleinzieligheden en mistroostige feitjes laat debiteren, toch van zijn miserabele personages gaat houden. Dat geldt zeker ook voor Schijn bedriegt, al is de uitvoering van Growing Up in Public niet altijd even overtuigend. De karakters van de twee oude mopperkonten blijven teveel aan de oppervlakte. Hans Dagelet geeft Karl lichtelijk nerveuze trekjes mee en een hang naar discipline; Dick van den Toorn heeft wel een erg jeugdige uitstraling en zoekt de typering van zijn personage vooral in wat wollig voor zich uit staren. Ook zijn hypochondrie komt niet uit de verf, hij is veel te vitaal om te overtuigen. Wel erg mooi gedaan en geestig zijn vooral in het tweede bedrijf een aantal dialogen, bijvoorbeeld een gesprekje over een al dan niet te lange broek. Door de eindeloze herhalingen van zo'n onbenullig gegeven wordt het een scene die het midden houdt ergens tussen poëzie en slapstick.