"Een vrouw moet mannen baren, nooit mag zij mannen doden." Judith overtreedt deze oerwet: zij doodt Holofernes, de vijand van haar volk, met zijn eigen zwaard. Is Judith een feministe avant-la-lettre, een bijbelse heldin of een zwaar gestoorde vrouw? Friedrich Hebbel baseerde zijn toneelstuk over Judith uit 1840 op het oud-testamentische verhaal, waarin de jonge weduwe Judith zichzelf opoffert in dienst van God. Regisseuse Anny van Hoof, die met Pausin Johanna al eerder haar belangstelling toonde voor religieuze thema's, bewerkte de tekst van Hebbel tot een zinderend drama vol haat en hartstocht.
Judith speelt zich af over de volle breedte van de speelvloer in een sober decor: een gemarmerde vloer, pilaren en aan beide zijkanten een eenvoudig bed: aan de linkerzijde bekleed met een wulps, wollig kleed, dat de hedonistische sfeer van Holofernes suggereert; aan de rechterzijde sober en wit, het maagdelijke terrein van Judith. De jonge weduwe Judith is namelijk in haar korte huwelijk door haar man lichamelijk versmaad. Ze is ervan overtuigd dat zijn impotentie veroorzaakt is door een haar onbekend, maar verschrikkelijk geheim dat zij met zich meedraagt.
Regisseuse Anny van Hoof legt nogal wat nadruk op dit gegeven, waar Freud zijn tanden op stuk zou bijten. Uitgerekend met het geraffineerd uitspelen van haar vrouwelijkheid, verschalkt Judith namelijk later Holofernes. De acteur Gustav Borreman zet Holofernes neer als een potente, jonge god met een elastieken lijf dat barst van de energie. Hij lijkt verbaasd over zijn eigen oppermacht en kent geen schaamte of schuld. Een man zonder geweten die minutenlang springend zijn entree maakt en heen en weer zwaait aan een touw, als hij zijn energie echt niet meer kan beteugelen. De hoofdrol van Judith wordt subliem vertolkt door Tamar van den Dop, bekend van onder andere Zwarte Sneeuw. Zij weet de enorme verleidingskunst, maar ook de vele, andere lagen die in haar personage verborgen liggen, geraffineerd en subtiel te doseren. Ze is onbarmhartig streng voor zichzelf, maar ook voor anderen. Haar aanbidder Ephraim wijst ze af met de meedogenloze tekst: "Iedere vrouw heeft van iedere man het recht om te eisen dat hij een held is". Ze is intelligent, krachtig en tegelijk ontroerend omdat ze eigenlijk ook nog heel kinderlijk is. En ze weet elke zin van de toch wel wat archaische taal van Hebbel helderheid en glans mee te geven.
De bijfiguren komen minder uit de verf. Het persoonlijke verhaal van Judith staat centraal in de regie van Anny van Hoof, waardoor de godsdienstige en politieke kwesties op de achtergrond zijn geraakt. Judith is vooral een belevenis door het meeslepende spel van Tamar van den Dop.