Eerst is er alleen maar gekraak en gedempte geluiden. Voor op het toneel staat een grote vierkante kast die als podium fungeert en met zijn verschoten houten lijsten herinneringen oproept aan een glorieus verleden. Daarboven houten panelen met gouden sterren, drie lagen boven op elkaar. Als er eindelijk wat begint te bewegen, kleine, loerende witte puntjes boven de panelen, blijken het megafoons te zijn waaruit dreigende oorlogstaal klinkt. Van die omroeptoeters die vroeger werden gebruikt door vakbondsleiders om bij stakingen de arbeiders op te roepen tot actie.
Pas na een tijd komen de vier spelers tevoorschijn en dan nog met de rug naar het publiek toe, gekleed in uniformen en curieuze hoofddeksels. Opeens kijk je naar een vergadering van de Verenigde Naties: de panelen vormen de bankjes, de mannen in uniform de wereldleiders. Een van hen zwaait met minzame bewegingen van zijn behandschoende hand naar een fictieve uitzinnige menigte. Gaandeweg kruipt de een wat dichter naar de ander toe, de ander weer wat verder weg, zie je schijnbewegingen en misrekeningen en na verloop van tijd ontaarden de schermutselingen in steeds grimmiger vechtpartijen.
Bambie 16 heeft zich laten inspireren door het geweld op het wereldtoneel. In het uiterst functionele decor (Hester Jolink en Karin Post) spelen de dictators en de machthebbers in een poppenkast vol inwisselbare figuren. Wat ze gemeenschappelijk hebben: epauletten, gouden franje, een uniform met schoudervullingen, petten of tulbanden. En een ontembare zucht naar macht. Een voor een blazen ze de ballonnen op die ze onder hun uniform hebben verstopt: een even komisch als treffend beeld van pronkzucht en machtswellust.
Het is een typische Bambie-voorstelling: fysiek theater waarin nauwelijks gesproken wordt maar waarin de beelden zo krachtig zijn dat je ze niet snel meer vergeet. Het is bijna aan één stuk door heel erg komisch en tegelijkertijd raken de beelden af en toe. Prachtig is bijvoorbeeld de scène waarin ze allemaal opduiken uit het water en zich bewegen als etalagepoppen of ontsnapte beelden uit Madame Tussaud. Dat watereffect wordt overigens bereikt door het fantastische geluidsdecor van Wim Conradi. Het loopt steeds verder uit de hand wanneer de dictatoriale figuren elkaar in een krankzinnig tempo om zeep helpen, in een ouderwetsig computerspel belanden of in een slapstickachtige optocht met een juten zak over hun hoofd om beurten steeds in dezelfde valkuil vallen. Fabelachtig hoe de acteurs met een kleine oogbeweging, een lichte grimas, een nauw verholen glimlach of een minimale beweging het fenomeen machtswellust in beeld weten te brengen. Verbluffende beelden, strak getimed en ijzersterk.