Aan het woord is Ivan, de meest kritische van de broers Karamazov. Hij komt nog maar zelden in het ouderlijk huis, waarin een palmboom de lounge room domineert: alles straalt luxe uit, maar dan wel van het meest ordinaire soort. Een bordeel, met ronde, roze bedden en banken en zelfs een rond bad.

De broers Karamazov vormt het afscheid van artistiek leider Arie de Mol van Toneelgroep Maastricht. Hij heeft er een aantal gedenkwaardige voorstellingen geregisseerd, in een eigen stijl, heel fysiek, fris en humoristisch. Dat geldt zeker ook voor deze De broers Karamazov, in een knappe bewerking van Erik-Ward Geerlings, waarin deze de niet geringe thematiek – schuld en boete, goed en kwaad, egoïsme versus socialisme, ratio en waanzin – weet te verpakken in een luchtige, zwierig aandoende taal.

Het ensemble is op dreef: allemaal op hun eigen wijze ploeteren de personages met de grote levensvragen. Stuk voor stuk zwoegen ze om hun persoonlijke ambities (meestal zo gering mogelijk) te rijmen met wat de maatschappij en vooral hun dominante vader van hen verlangen. Allemaal zijn het ploeteraars en tobbers, de een wat materialistischer, de ander wat filosofischer ingesteld. De jongste zoon, Aljosja, is een dromer die het dilemma van zijn generatie samenvat: "Ik kan alles, dus kan ik niks. Ik kan overal heen, dus kan ik nergens heen." Hij is wanhopig op zoek naar een God die volgens hem een te groot gat heeft laten vallen tussen het hogere en het lagere. Dat is een mooie samenvatting van het werk van Dostojewski en in het bijzonder van deze voorstelling: de lagere driften (wodka en seks) zijn alom aanwezig en staan zo ontzettend in de weg van al het hogere, waarnaar ze heus wel smachten. Heel mooi hoe de drie broers (en later blijkt er nog een vierde te bestaan) reageren op hun ploertige vader. De twee dienstmeiden annex hoertjes, Katerina (Jessie Wilms) en Groesjenka (Lore Dijkman) hebben elk hun eigen manier gevonden om te dealen met die wereld vol altijd dronken mannen: de een slim en berekenend, de ander wulps en quasi-onnozel. Geestig is de rol van de stiefmoeder die aan het eind zegt dat zij onmogelijk de moord kan hebben gepleegd omdat ze niet eens voorkomt in het oorspronkelijke boek. Die moord (op de gehate vader) zorgt voor de apotheose en de dynamiek in een sterke voorstelling, waar het acteerplezier van afdruipt.